KNHB - Official Partners

KNHB - Official Partners
 

Signalen van scheidsrechters (foto's)

1. Tijd starten
Je naar de andere scheidsrechter keren, één arm recht omhoog en (als het signaal bevestigd wordt) fluiten. 


 

2. Tijd stilzetten

Fluiten en twee armen, bij de polsen gekruist, recht omhoog steken en je naar de andere scheidsrechter keren. 



 

3. Resterende speeltijd.

In de richting van de andere scheidsrechter of de waarnemer met boven het hoofd gestrekte arm(en) signaleren; twee minuten of één minuut.



4. Inslaan

Met een horizontaal gestrekte arm de richting aangeven. Het lichaam staat parallel aan de zijlijn.



5. Uitslaan

Met de rug naar de achterlijn gekeerd beide armen zijwaarts uitstrekken.


 

6. Lange corner
Met één arm wijzen in de richting van de hoekvlag die het dichtst bij het punt staat waar de bal over de achterlijn ging. 


7. Bully
Met de handen voor het lichaam (handpalmen naar elkaar gekeerd) de beweging van de sticks bij een bully nadoen.



8. Doelpunt
Met twee horizontaal voorwaarts gestrekte armen naar het midden van het veld wijzen.

 

9. Wangedrag en/of agressief gedrag Het spel stopzetten en een kalmerend gebaar maken door beide handen langzaam op en neer te bewegen voor het lichaam, met de handpalmen naar beneden gericht.

10. Vrije slag

Met horizontaal gestrekte arm de richting aangeven. Het lichaam staat parallel aan de zijlijn.



11. Toepassen voordeelregel

Een arm schuin omhoog steken in de speelrichting van de partij die voordeel krijgt. 


 
12. 10 m voorwaarts verplaatsen
Arm met tot vuist gebalde hand omhoog steken. 


13. Afstand nemen/houden

Open hand met gestrekte vingers opsteken boven schouderhoogte.



14. Strafcorner

Met twee horizontaal voorwaarts gestrekte armen naar het doel wijzen. 




15. Strafbal

Met één arm naar de strafbalstip wijzen en met de andere arm recht omhoog. Dit signaal betekent ook dat de tijd wordt stilgezet. 


16. Obstructie

Onderarmen gekruist voor de borst houden.


 
17. Indirect afhouden

Onderarmen gekruist voor de borst heen en weer bewegen.

 


18. Voortbewegen met been/voet

Het been even optillen en met de hand aanraken. 


19. Te hoge bal (in combinatie met 23. Gevaarlijk spel)

Twee handen op enige afstand boven elkaar voor het lichaam naar voren steken.



20. Bolle kant

Beweeg de handpalm van de ene hand over de bovenkant van de andere hand.

 
21. Stick slaan

Met de armen voor het lichaam de bewegingen van de sticks bij stick slaan nadoen. 


 

22. Sticks

Arm in een hoek van 90° naast het lichaam omhoog steken en een circulerende beweging maken met de hand.



23. Gevaarlijk spel

Eén arm voor de borst kruisen.



24. Stick afhouden

Eén arm gestrekt voor het lichaam schuin naar beneden houden en vervolgens onderarm met andere hand aanraken.