Corona: financiële vragen en mogelijkheden

Het coronavirus zorgt ook veel vragen van financiële aard. Niet gek want de ontwikkelingen snel. Neem bijvoorbeeld de Tozo-regeling (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers), de NOW (Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid) of de TOGS-regeling (Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19). Er zijn diverse regelingen waarvan verenigingen gebruik kunnen maken. Daarnaast proberen NOC*NSF en de sportbonden de politiek er toe te zetten een speciaal Noodfonds voor de sport op te zetten. Zodra hierover meer nieuws beschikbaar is vermelden we dit uiteraard ook.

Elke vereniging is anders, iedere vereniging heeft zaken net weer anders geregeld. Het is daarom belangrijk goed te kijken welke regelingen en mogelijkheden het best bij de specifieke situatie van de vereniging passen. Hieronder geven we middels een aantal veelgestelde vragen antwoorden een overzicht van de mogelijkheden (op alfabetische volgorde).

Veelgestelde vragen

Accommodatie

Moeten wij de huur/pacht wel betalen, terwijl het sportcomplex/park dicht is (geweest)?

Iedereen in de sport wordt door de maatregelen geraakt: de sporters, de clubs, de bonden en ook andere sportaanbieders. Laten we dat vooral samen zien op te lossen, samen met de maatschappelijke partners zoals de gemeenten, de rijksoverheid en NOC*NSF. De overheid heeft inmiddels al een noodpakket aangekondigd om te proberen zo veel mogelijk bedrijven en personen te steunen, zie ook dit bericht van de NOS.

Of de huur/pacht doorbetaald moet worden, hangt af van de bewoordingen in de overeenkomst/algemene voorwaarden én het hangt af van hoe rechters corona gaan beoordelen. Gaan rechters corona zien als een onvoorziene omstandigheid waardoor de voorwaarden aangepast mogen worden?  NOC*NSF adviseert dan ook om op dit moment lopende afspraken te respecteren en op een later moment te inventariseren hoe diverse partijen elkaar kunnen helpen. Juist omdat nog veel onzeker is. Mochten er acute liquiditeitsproblemen zijn, ga dan vooral het gesprek aan met de verhuurder of mogelijk uitstel verleend kan worden.

Belastingdienst

Hoe zit het met de belastingdienst, waar moeten we in dat geval aan denken?

Het kabinet heeft in verband met de coronacrisis haar beleid ten aanzien van het bijzonder uitstel van betaling versoepeld. Hier lees je er meer over, net als over enkele andere aanpassingen. De informatie hieronder is afkomstig van de belastingdienst.

Bijzonder uitstel van betaling versoepeld (update 19 maart 2020)

Bent u als ondernemer door de coronacrisis in financiële problemen gekomen? Dan kunt u voor ten minste 3 maanden bijzonder uitstel van betaling krijgen. U hoeft daarvoor niet langer een aanvullende verklaring mee te sturen.

Vanaf het moment dat u zich meldt, wordt de invordering van uw aanslag voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting/btw en loonheffingen direct gepauzeerd gedurende minimaal 3 maanden. U betaalt ook geen boete voor een te late betaling.

Mogelijk is een betalingsuitstel van 3 maanden voor u te kort. U kunt ook voor een langere periode uitstel aanvragen. Over welke gegevens wij dan aan u vragen, zullen we u nog inlichten via deze website. Het kabinet wil daarbij de administratieve lasten voor u zo beperkt mogelijk houden.

Het kabinet wil ondernemers die zijn geraakt door de economische gevolgen van het corona-virus tegemoetkomen. Ook op het gebied van belastingen.

Invorderingsrente

Om de gevolgen van het coronavirus te verzachten, nemen wij maatregelen. Zo verlagen wij de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Dit geldt niet alleen voor een belastingschuld waarvoor bijzonder uitstel van betaling wordt gevraagd, maar voor alle belastingschulden.

Doe op tijd aangifte loonheffingen! (update 24 maart 2020)

Verzoek aan werkgevers: doe op tijd uw aangifte loonheffingen. U hoeft nog niet te betalen, als u uitstel van betaling aanvraagt.
Wij vragen werkgevers hun aangifte loonheffingen op tijd te versturen. Juist nu, tijdens de coronacrisis. Want UWV heeft de gegevens uit de aangiftes loonheffingen nodig voor de Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)-regeling. Dit noodfonds is bedoeld om werkgevers met omzetverlies te compenseren. Zodat zij hun werknemers kunnen doorbetalen. Als UWV ook de meest actuele gegevens uit uw aangifte loonheffingen heeft, krijgt u als werkgever snel waar u recht op hebt. En uw werknemers die thuis komen te zitten, of ziek worden, ook.

Wij doen dus een beroep op u om gewoon uw aangifte loonheffingen te doen. Maar u hoeft deze nog niet te betalen, als u uitstel van betaling aanvraagt.

Bijzonder uitstel van betaling
Wij hebben begrip voor de lastige situatie waarin veel werkgevers zich momenteel bevinden. Als u door het coronavirus in betalingsproblemen bent gekomen, kunt u bijzonder uitstel van betaling aanvragen.

Uitstel van aangifte
We hopen dat u uw aangifte loonheffingen gewoon op tijd kunt doen. Mocht dat nu echt niet lukken, vraag dan uitstel aan voor het doen van aangifte.

Stuur daarvoor een schriftelijk verzoek naar:

Belastingdienst
Postbus 8738
4820 BA Breda

Contributie

Moeten leden hun contributie gewoon betalen?

Een lid van een vereniging kan zijn of haar contributie in een lopend contributiejaar niet zomaar tussentijds opzeggen. Voor het opzeggen van contributie geldt wetgeving die bepaalt dat opzeggen alleen kan volgens de reguliere opzeggingsvoorwaarden (in geval van hockeyverenigingen vaak aan het eind van een seizoen, voor een bepaalde datum). Eerdere opzeggingen zijn alleen een optie als dit ook zo mogelijk is gemaakt in de statuten van de vereniging óf als de vereniging gedurende een lopend seizoen eenzijdig de voorwaarden (bv contributie-aanpassing) veranderd heeft. Over het algemeen geldt dat een paragraaf waarmee tussentijdse opzegging mogelijk wordt gemaakt niet in de verenigingsstatuten van de hockeyverenigingen opgenomen. Er is dus geen wettelijke optie voor leden het lidmaatschap tussentijds op te zeggen, ook niet in deze tijd waarin de vereniging er niet in slaagt de sportmogelijkheid die ze normaal aanbiedt aan te bieden.

Hoewel dit wellicht soms tot lastige gesprekken met leden kan leiden, blijft de verplichting tot het betalen van de contributie door het lid ook in deze bijzondere tijden ongewijzigd staan. De KNHB adviseert verenigingen bovenstaande goed toe te lichten aan leden die om meer informatie vragen en voegt er aan toe dat leden die kampen met betalingsproblemen door persoonlijke financiële tegenslagen wellicht een beroep kunnen doen op bijvoorbeeld het Jeugdsportfonds of gemeentelijke fondsen.

Moeten we als vereniging/bond contributie blijven incasseren?

Als gezamenlijke sport nemen we het standpunt in dat we de kosten die we met z’n allen maken, zoveel mogelijk met z’n allen dragen. Om die reden adviseren we je vooralsnog de contributie gewoon te innen/c.q. niet terug te storten. De kosten lopen door, of zijn zelfs hoger.

Wel adviseren we je in overleg te gaan met de gemeente of zij iets kunnen betekenen in bijvoorbeeld het niet innen of uitstellen van huurgelden en/of ondersteuning bieden bij lokale vraagstukken over het coronavirus. De KNHB werkt ondertussen hard met andere bonden en NOC*NSF aan een noodfonds.

Hoe zit het met mijn contributiegeld nu ik niet kan trainen?

Als Nederlandse sport nemen we het standpunt in dat we de kosten die we met z’n allen maken, zoveel mogelijk met z’n allen dragen. Om die reden vragen we je om jouw solidariteit met de vereniging en de sport in zijn algemeen.

Kunnen wij als vereniging de opzegtermijn voor leden aanpassen?

De opzegtermijn staat meestal in de statuten vermeld. Als verenigingen deze willen aanpassen is daar een statutenwijziging (én dus goedkeuring van de ledenvergadering) voor nodig.

Fondsen en regelingen

Wat houdt de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW) in?

Let op:
Aandachtspunt voor de verenigingen in het kader van de NOW-regeling is, dat de omzet 2020 vergeleken gaat worden met de omzet over het kalenderjaar 2019. Omdat veel verenigingen een met een gebroken boekjaar werken, betekent dit dat zij een slag moeten maken om hun omzet over geheel 2019 vast te stellen. Om een juiste omzetdaling te kunnen vaststellen, is het belangrijk om de omzet over 2019 nu al te herleiden!


Hier vind je een samenvatting op hoofdlijnen van de NOW (1 april 2020)

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW)

Deze notitie bevat een samenvatting op hoofdlijnen van de NOW zoals die op 31 maart 2020 door minister Koolmees van SZW is bekend gemaakt. De regeling is op onderdelen technisch complex, en een samenvatting op hoofdlijnen kan niet aan in alle gevallen aan de complexiteit recht doen. Aan deze samenvatting kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

  1. Aanleiding voor de NOW
    De coronacrisis leidde tot een explosieve stijging van het aantal aanvragen voor toepassing van de reguliere Regeling Werktijdverkorting (WTV-regeling), namelijk 55.000 aanvragen voor bijna 800.000 werknemers. Hierop was de WTV-regeling niet berekend. Daarom is besloten die regeling per 17 maart 2020 18.45 uur te beëindigen en nieuwe regelgeving tot stand te brengen.
  1. Doel en aard van de NOW
    De NOW heeft als doel om het in tijden van acute en zware terugval in de omzet van ten minste 20% voor werkgevers mogelijk te maken om hun werknemers zoveel mogelijk in dienst te houden voor de uren die zij werkten voordat er sprake was van die zware terugval.  Werkgevers kunnen op grond van de NOW een subsidie ontvangen, met als doel het tegemoetkomen in de betaling van de loonkosten van alle werknemers die in dienst zijn bij de werkgever. Dat zijn werknemers met een contract voor onbepaalde tijd en werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven en loon ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt. Ook uitzend- en payrollbureaus kunnen een aanvraag indienen voor zover zij hun uitzend- en payrollkrachten in dienst houden. Formeel start de aanvraagperiode op 14 april, maar het UWV streeft ernaar om de regeling vanaf 6 april 2020 uit te kunnen voeren. Het UWV zal op vrijdag 3 april 2020 meedelen of dit mogelijk is.

De regeling geldt niet alleen voor de Coronacrisis, maar ook voor andere situaties van buitengewone omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een omzetdaling als gevolg van brand in het bedrijf van de werkgever.

  1. Verschil met de WTV
    De NOW geeft een subsidie op de loonsom indien er sprake is van omzetdaling. De NOW is daarmee losgekoppeld van de concrete vermindering van werkbare uren en van de Werkloosheidwet (WW). Werknemers verbruiken ook geen WW-rechten over de periode waarvoor de NOW-subsidie wordt verstrekt. Werknemers hoeven ook op geen enkele wijze hun medewerking aan de NOW te verlenen. Van belang is ook niet of werknemers werken of thuiszitten. Het enige criterium is omzetdaling.
  1. Inhoud van de regeling
    • De werkgever moet een omzetdaling hebben van ten minste 20%, naar keuze in de meetperiode:
    - 1 maart t/m 31 mei 2020, of
    - 1 april t/m 30 juni 2020, of
    - 1 mei t/m 31 juli 2020.
    De keuze voor de meetperiode moet worden gemaakt bij de aanvraag, en kan later niet meer worden aangepast. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de coronacrisis bijdraagt aan de omzetdaling van ten minste 20%.
    • Het percentage omzetdaling wordt vastgesteld door de omzet in de meetperiode te delen door de omzet van geheel 2019, gedeeld door vier. Er wordt niet gecorrigeerd voor groei van de onderneming of voor seizoensinvloeden. Verkregen subsidies en andere bijdragen uit publieke middelen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij scholen en culturele instellingen, worden gelijkgesteld met omzet.
    • De subsidie over de loonsom bedraagt 90% van het percentage omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Bij een omzetdaling van 50% bedraagt de subsidie 45% (= 50% van 90%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% bedraagt de subsidie 18% (= 20% van 90%), etc.
    • Ongeacht de gekozen meetperiode wordt de subsidie altijd gegeven over de loonsom van maart tot en met mei 2020. Er zal worden gewerkt met een voorschot van 80%. Voor de berekening van het voorschot wordt gebruik gemaakt van een referentieperiode, omdat de loonsom van maart tot en met mei 2020 natuurlijk nog niet bekend is. Die referentieperiode is januari 2020. Als er over januari 2020 geen loongegevens zijn, gaat het UWV uit van november 2019. Als er ook geen gegevens zijn over dit tijdvak, kan er geen subsidie worden toegekend.
    • Voor de loonsom wordt van het sociale-verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen uitgegaan. Voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag wordt een vaste forfaitaire opslag gehanteerd van 30%.
    • Loon boven € 9.538,- bruto per maand, twee keer het maximum dagloon, komt niet voor subsidie in aanmerking.
    • In formule is de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening:   A x B x 3 x 1,3 x 0,9.
    Hierbij staat A voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling;
    B voor de  totale loonsom van werknemers waarvoor de werkgever het loon heeft uitbetaald met inachtneming van de maximering op € 9.538. De factor 1,3 staat voor de vaste opslag met 30%, en 0,9 voor het subsidiepercentage van 90%.
    • Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen geldt de omzetdaling op concernniveau; daarmee wordt zo goed mogelijk aangesloten bij het verband tussen de omzetdaling en inzet van personeel en bij wat het in jaarrekeningenrecht gebruikelijk is.
  2. Aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie
    Werkgevers dienen, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen:
    • De aanvraagperiode voor subsidie loopt van 14 april tot en met 31 mei 2020. Het UWV streeft evenwel naar een eerdere startdatum, namelijk 6 april. Of deze datum gehaald zal worden, is nog niet bekend. Aanvragen kunnen alleen worden ingediend via het daarvoor ontworpen formulier dat via www.uwv.nl beschikbaar wordt gesteld.
    • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei in verband met een terugval in omzet van meer dan 20%.
    • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020.
    • De werkgever noteert de verwachte omzet in de drie maanden van de gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
    • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
    • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt deel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.
    • Sommige werkgevers zijn onderdeel van een groep, of hebben meerdere loonheffingsnummers. Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk rechtspersoon binnen de groep, of per loonheffingennummer. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming verwacht; hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.
    • Als de werkgever een WTV-aanvraag heeft gedaan waarop nog niet is beslist, wordt de WTVaanvraag geacht een aanvraag te zijn om subsidie op grond van de NOW. De werkgever moet dan wel de WTV-aanvraag aanvullen met de nog ontbrekende informatie.Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal het UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling. Gegevens over de loonsom baseert het UWV op de polisadministratie, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen.Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Waarschijnlijk geldt dit niet voor kleine ondernemingen. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden aangepast.Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.
  3. Belangrijkste verplichtingen voor de werkgever
    • Er wordt verwacht dat de werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom zal dan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de uiteindelijke subsidie waar de werkgever aanspraak op kan maken.
    • De werkgever vraagt na 18 maart 2020, gedurende het tijdvak waarover subsidie is verleend, geen ontslagvergunning bij het UWV aan wegens bedrijfseconomische redenen. Doet hij dit toch, dan kan hij de aanvraag binnen 5 werkdagen na indiening intrekken. Handhaaft hij de aanvraag toch, dan wordt de loonsom waarover subsidie wordt verleend verminderd met de loonsom van de desbetreffende werknemers, verhoogd met 50%.
    • De werkgever is verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor de betaling van de loonkosten.
    • De werkgever is verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening.
    • Indien aan de werkgever loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is verleend, informeert de werkgever het college van B&W dat de loonkostensubsidie heeft verleend, over de subsidieverlening op grond van deze regeling.
  1. De definitie van omzet (zie p. 17 en 18 van de Toelichting bij de NOW)
    Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Kern is dat het omzetbegrip in deze regeling zo dicht mogelijk aansluit bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling, of het concern. Dit is van belang omdat de ontwikkeling van de omzetdaling daarmee voor een belangrijk deel kan samenhangen. Op grond van de begrippen in het Burgerlijk Wetboek (artikel 2:377, lid 6 BW) en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ 940) wordt uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.
  2. Tweede tranche
    De mogelijkheid om de noodmaatregel met drie maanden te verlengen, wordt nadrukkelijk opengehouden. Daarover zal voor 1 juni 2020 besloten worden, zodat deze tweede tranche aansluit op de eerste aanvraagperiode die op 31 mei eindigt. Bij verlenging kunnen voor de tweede tranche nadere voorwaarden aan de regeling worden toegevoegd.
  3. Internationale aspecten
    Op grond van de NOW kan een werkgever alleen een subsidie krijgen voor zover het gaat om lonen van werknemers die sociaal verzekerd zijn in Nederland. Dit geldt bijvoorbeeld voor gedetacheerde werknemers die in Nederland sociaal verzekerd zijn op basis van Verordening (EG) 883/2004 (Coördinatieverordening) of sociale zekerheidsverdragen. Dit betekent ook dat rechtspersonen of natuurlijke personen die in het buitenland gevestigd zijn en werkgever zijn van in Nederland sociaalverzekerde werknemers, een beroep kunnen doen op de NOW.

Lonen van werknemers die niet sociaal verzekerd zijn in Nederland, worden niet meegeteld voor de berekening van de loonsom waarover subsidie ontvangen.

Bekijk ook deze downloads:

regeling tijdelijke noodmaatregel overbrugging voorbehoud van werkgelegenheid-2

kamerbrief tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid

 

Gelden de NOW-regels ook voor hockeyverenigingen?

Het Noodloket is bedoeld voor sectoren waar de gezondheidsmaatregelen grote gevolgen hebben voor de inkomsten. Zoals eet-en drinkgelegenheden, sport- en fitnessclubs, de reisbranche, kappers, visagisten, schoonheidssalons en nagelstudio’s. De regeling wordt op dit moment uitgewerkt, zie voor meer informatie de website van de Rijksoverheid.

Kunnen verenigingen ook een beroep doen op het Noodloket voor ondernemers? (TOGS-regeling)

Ja, verenigingen kunnen zich ook tot het Noodloket wenden. Het ministerie van Economische Zaken heeft vrijdag 27 maart de regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) geopend. Eerder werd deze maatregel het Noodloket genoemd. Deze kabinetsmaatregel is voor ondernemers die rechtstreeks getroffen worden door de maatregelen van het kabinet in de coronacrisis, maar ook sportverenigingen en ondernemers in de sport kunnen onder bepaalde voorwaarden een beroep op deze regeling doen. Zij ontvangen dan een eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro. Meer informatie vind je in ons nieuwsbericht over het Noodloket en op de site van NOC*NSF.

Hoe kunnen we ons aanmelden voor de steunmaatregelen van de overheid?

Onlangs kondigde minister Van Rijn een aantal steunmaatregelen voor de sport aan. Zo zal er 90 miljoen via de gemeenten beschikbaar komen om de huur voor gemeentelijke sportaccommodaties voor 3 maanden kwijt te schelden en komt er daarnaast nog eens 20 miljoen beschikbaar voor verenigingen die geen beroep op TOGS hebben kunnen doen. (De TOGS is een regeling voor een eenmalige tegemoetkoming in de vaste lasten van € 4000). Beide regelingen moeten door het Rijk nog worden uitgewerkt. We kunnen dus op dit moment nog niets zeggen over hoe verenigingen hier een beroep op kunnen doen of hoe het kwijtschelden van huur door gemeenten in zijn werk zal gaan. Zowel NOC*NSF als de VSG staan in nauw contact met het ministerie van VWS over de uitwerking van de regelingen. Zodra er meer bekend is, delen we de informatie zo snel mogelijk.

Hoe gaan gemeenten om met subsidies die zijn verstrekt voor sportactiviteiten die niet kunnen worden uitgevoerd?

Normaal gesproken heeft de gemeente het recht om subsidies in te trekken of terug te vorderen op het moment dat een activiteit of dienst niet wordt uitgevoerd of wordt geleverd. Met de uitbraak van het coronavirus is sprake van een bijzondere situatie en overmacht waardoor gemeenten per situatie bekijken wat nodig is en welke maatregelen kunnen worden getroffen.

Denken partners/sponsoren ook met ons mee?

Diverse organisaties hebben inmiddels laten weten voor bij hen aangesloten verenigingen iets extra's te doen of mee te willen denken. Over het algemeen zijn verenigingen hierover rechtstreeks door hen geïnformeerd.

Rabobank

KNHB partner Rabobank laat bijvoorbeeld weten dat de bank een fonds beschikbaar heeft gesteld waar maatschappelijke- en sportverenigingen een beroep op kunnen doen. Dit fonds is bedoeld voor verenigingen die bankieren bij de Rabobank. Meer informatie en de voorwaarden lees je op de site van de Rabobank.

Is er een regeling voor ZZP-ers? (Tozo)

Er bestaat een tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers. De informatie die de Rijksoverheid hierover heeft gegeven, vind je hieronder en hebben wij letterlijk overgenomen:

Voor wie geldt de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?     

De Tozo regeling voor gevestigde ondernemers is gemaakt voor zelfstandig ondernemers die in de knel komen door de Corona-crisis. Voor hen heeft het kabinet financiële ondersteuning beschikbaar gesteld. Het kabinet doet een moreel appel op ondernemers om zich alleen in die situatie te melden. Zo voorkomen we onbedoeld gebruik van publieke middelen en onnodige druk op de uitvoering.

Meer specifiek gelden de volgende eisen:

  • gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
  • woonachtig en rechtmatig verblijvend in Nederland;
  • Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • het bedrijf of zelfstandig beroep wordt in Nederland uitgeoefend;
  • voldoet aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • is vóór 1 januari 2020 gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium, d.w.z. minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep;
  • woonachtig in de gemeente, waar aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd.

Vanaf wanneer geldt de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

De regeling werkt terug tot 1 maart. Wanneer u vanaf 1 maart 2020 in de financiële problemen bent gekomen, als gevolg van Corona-gerelateerde maatregelen, kunt u bij de gemeente waar u woont een aanvraag indienen.

Wat moet ik doen om aanspraak te maken op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?  

U kunt terecht bij uw woongemeente. Mogelijk komt er informatie hierover op de website van uw gemeente. Mocht u nog enige ontvangsten hebben, dan vragen we u nog even te wachten. Als aanvragen gespreid binnenkomen ontlast dat de gemeente en worden de mensen met de hoogste nood als eerste geholpen. Er is geen ‘budgetlimiet’ of iets dergelijks. Bovendien kunt u met terugwerkende kracht worden gecompenseerd vanaf 1 maart.

Welke hulp biedt de gemeente bij de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Op basis van deze tijdelijke regeling biedt de gemeente u voor maximaal drie maanden  inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum. Hoe hoog dit bedrag precies is hangt af van de samenstelling van uw huishouden en uw inkomen. U hoeft deze inkomensondersteuning niet terug te betalen. Er is ook geen vermogens- en partnertoets.

Daarnaast kunt u een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van max. € 10.517 euro. Dit bedrag dient wel terugbetaald te worden. Het rentepercentage is nog niet bekend, maar zal in ieder geval onder het bij het Bbz  gehanteerde percentage van 8% liggen.

Tot wanneer geldt de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Vooralsnog kunt u er vanuit gaan dat de regeling tot 1 juni 2020 blijft bestaan. Dus ook wanneer u pas in mei in de financiële problemen komt, kunt u op dat moment een aanvraag indienen.

Welke informatie moet ik aanleveren bij de gemeente voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

De gemeente moet na kunnen gaan of u recht heeft op de tijdelijke regeling. Er zal bijvoorbeeld gevraagd kunnen worden naar uw inschrijving bij de KvK en naar uw ID-bewijs. Verder heeft de gemeente informatie nodig over de samenstelling van uw huishouden en kan u dus vragen of u een partner heeft en/of inwonende kinderen. Waarschijnlijk zal er ook informatie gevraagd worden over uw onderneming, bijv. in welke sector u werkt en of u personeelsleden heeft. Hiermee helpt u om zicht te krijgen op het gebruik van de regeling.

Hoe moet ik de informatie aanleveren voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Gemeenten proberen dit zoveel mogelijk digitaal te regelen. Volg hiervoor de instructies van uw gemeente.

Mijn bedrijf is ingeschreven in een andere gemeente dan waar ik woon; bij welke gemeente kan ik aankloppen voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?  

De aanvraag voor de tijdelijke overbruggingsregeling dient u in bij uw woongemeente.

Ik werk geen 1225 uur per jaar in mijn bedrijf. Heb ik dan ook recht op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Nee, u moet voldoen aan het urencriterium van 1225 uur per jaar. Mocht u nog geen jaar geleden gestart zijn met uw bedrijf dan dient u in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week in/aan uw bedrijf gewerkt te hebben. Uren ten behoeve van administratie en acquisitie tellen hier ook onder.

Ik heb ook nog een baan in loondienst maar mijn omzet als zzp’er is helemaal weggevallen. Kan ik dan gebruik maken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Dat hangt af van de hoogte van uw inkomen uit loondienst; de regeling is een aanvulling op het inkomen tot aan het sociaal minimum (bijstandsniveau).

Hoeveel tijd heeft de gemeente nodig voor de behandeling van mijn aanvraag voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Streven is dat gemeenten zo veel mogelijk binnen 4 weken na ontvangst van uw aanvraag tot een besluit komen en tot uitkering overgaan. Door grote drukte lukt dat mogelijk niet altijd.  Dan kunnen gemeenten tot bevoorschotting overgaan.

Ik ben als zzp’er gevestigd in Nederland, maar ik woon over de grens. Kan ik gebruik maken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Voor de tijdelijke regeling moet de woonplaats in Nederland zijn. Ondernemers die in België of Duitsland wonen, komen dus niet in aanmerking.

 

Gemeente

Hoe gaan gemeenten om met subsidies die zijn verstrekt voor sportactiviteiten die niet kunnen worden uitgevoerd?

Normaal gesproken heeft de gemeente het recht om subsidies in te trekken of terug te vorderen op het moment dat een activiteit of dienst niet wordt uitgevoerd of wordt geleverd. Met de uitbraak van het coronavirus is sprake van een bijzondere situatie en overmacht waardoor gemeenten per situatie bekijken wat nodig is en welke maatregelen kunnen worden getroffen.

Wat zijn de financiële gevolgen voor mijn club? Krijgen wij een compensatie? Is er een noodfonds voor de sport?

Iedereen in de sport wordt door de maatregelen geraakt: de sporters, de clubs, de bonden en ook andere sportaanbieders. Laten we dat vooral samen zien op te lossen, samen met de maatschappelijke partners zoals de gemeenten en de rijksoverheid.

Er is een eerste impactanalyse gemaakt door NOC*NSF en de sportbonden over de financiële gevolgen van de situatie rondom het coronavirus. Zie ook het interview dat KNHB directeur Erik Gerritsen gaf aan hockey.nl.
1 mei maakte minister Van Rijn bekend dat er inderdaad geld naar sportverenigingen gaat.

Juridisch

Hebben jullie ook juridische informatie voor ons?

In opdracht van NOC*NSF is een juridische FAQ opgesteld door DAS voor de Sport. Deze geeft antwoord op de meest gestelde vragen rondom de door de overheid afgekondigde noodmaatregel ter bestrijding van het coronavirus. Deze FAQ wordt aangevuld met nieuwe veel gestelde vragen en antwoorden zodat hij steeds completer wordt.
Aan deze Q&A kun je geen rechten ontlenen!

De meeste vragen zijn ruim geformuleerd zodat de situatie voor veel verenigingen herkenbaar is. Dit betekent dat het niet altijd mogelijk is tot een specifiek, juridisch en praktisch toepasbaar antwoord te komen.

Daarnaast zijn bij veel vragen de antwoorden afhankelijk van de overeenkomsten die in die situaties overeengekomen zijn. De antwoorden kunnen dan alleen richting geven en dan nog is het mogelijk dat de omstandigheden van het specifieke geval een andere oplossing geven.

Personeel

Moeten we als vereniging de trainers doorbetalen?

Werkgeversorganisatie Netwerk in de sport geeft op hun website aan dat als het gaat om trainers in loondienst de club als werkgever in beginsel gehouden is het loon door te betalen. Meer daar over is te vinden op de website van Netwerk in de sport.

Arbeidstijdverkorting kan niet worden aangevraagd voor werknemers met een 0-uren contract of voor oproepkrachten. Een vrijwilligersvergoeding kan alleen aan trainers worden toegekend als er daadwerkelijk werkzaamheden op vrijwillige basis zijn verricht. Het is een gunst en geen recht.

Voor meer vragen over werkgeverszaken en contracten waaronder oproepcontracten, zie de website van Netwerk in de sport.

Een van mijn medewerkers wil niet op het werk komen omdat hij zegt een zwakke gezondheid te hebben. Is dat terecht?

Het RIVM geeft een opsomming van wat kwetsbare personen zijn of mensen met een zwakke gezondheid. Dat zijn onder meer mensen met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen, chronische hartaandoeningen en diabetes mellitus (suikerziekte). Dat deze mensen extra bezorgd zijn voor hun gezondheid naar aanleiding van het coronavirus, is niet onbegrijpelijk.
Het RIVM zegt dat mensen met gezondheidsproblemen grote gezelschappen en openbaar vervoer moeten vermijden, maar zegt niet dat zij de werkplek moeten mijden. Overleg met de bedrijfsarts wat in het voorkomende geval wijsheid is.

Wat mag ik, met het oog op de privacywetgeving, aan mijn werknemers vragen?

De specifieke situatie nu is primair de verantwoordelijkheid van de overheid, niet die van werkgevers. De gebruikelijke normering uit privacywetgeving blijft dus uitgangspunt. Voor werknemers die zelf een vermoeden van besmetting hebben, geldt dat zij de huisarts bellen (niet bezoeken) en thuis blijven (tot na medische controle).

Je mag werknemers ook vragen of zij gezondheidsklachten hebben, maar werknemers zijn niet verplicht om hierop te antwoorden. Dat mag uiteraard wel. Echter, de werkgever mag geen medische gegevens verzamelen en registreren, dus ook het antwoord van de werknemer op de gestelde vraag niet. En ook niet als de werknemer je spontaan een en ander vertelt.

Werkgevers kunnen behoefte hebben om vast te kunnen stellen of hun werknemers aan het begin van hun werkdag koortsvrij aan het werk gaan om gevaar voor besmetting van werknemers met het corona virus tijdens het werk te beperken.
Voor het meten van de lichaamstemperatuur van werknemers hanteert de Autoriteit Persoonsgegevens strikte voorwaarden.
Het opnemen van lichaamstemperatuur kan door de werknemer zelf plaatsvinden of onder toezicht van een bedrijfsarts of onder toezicht van de bedrijfsarts werkende arbo-verpleegkundige.
De werknemer die bij zichzelf de lichaamstemperatuur opneemt, is niet verplicht de uitslag van die lichaamstemperatuurmeting aan zijn werkgever mee te delen. De bedrijfsarts of arbo-verpleegkundige is wettelijk niet bevoegd de uitslag van de lichaamstemperatuurmeting aan de werkgever mee te delen.

Kan ik een werknemer die minder te doen heeft vragen tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten om collega’s te ontlasten?

Ja, dit kan onder de gegeven omstandigheden in principe van een werknemer worden gevraagd. Voorwaarde is wel dat de betrokken werknemer in redelijkheid in staat is de andere werkzaamheden te verrichten.

Heeft een werknemer recht op betaald verlof als de school of opvang van zijn/haar kind sluit als gevolg van het coronavirus?

Een werknemer kan in dit geval een beroep doen op calamiteitenverlof of eventueel kortdurend zorgverlof. De werknemer dient het opnemen te melden bij de werkgever. Calamiteitenverlof is enkel bedoeld als tijdelijke noodmaatregel, dus bijvoorbeeld om alternatieve opvang te regelen. Wanneer het kind zelf ziek is kan de werknemer aanspraak maken op kortdurend zorgverlof om zijn/haar kind te verzorgen. Beide vormen van verlof zijn bedoeld om een korte periode van afwezigheid (enkele uren of dagen) op te vangen. Uiteraard kan een werkgever ervoor kiezen hier coulant mee om te gaan. Gedurende het calamiteitenverlof heeft een werknemer recht op zijn volledige loon. Gedurende kortdurend zorgverlof heeft de werknemer recht op tenminste 70% van zijn loon. Zijn deze vormen van verlof uitgeput dan kan een werknemer vakantiedagen opnemen, voor het overige is er in principe geen recht op betaald verlof. In de cao of arbeidsvoorwaardenregeling kunnen aanvullende voorzieningen zijn getroffen.

Kan de werknemer afzien van een vastgestelde vakantie?

De werknemer kan een door zijn werkgever goedgekeurde vakantie niet eenzijdig wijzigen. De werknemer zal hierover met zijn werkgever in overleg moeten treden. Het hangt af van de omstandigheden van het geval of de werkgever met het verzoek moet instemmen. Uit de rechtspraak weten we dat de werkgever zich in dit geval als ‘goed werkgever’ dient op te stellen. Uiteraard kunnen er vanuit de kant van de werkgever gegronde redenen aanwezig zijn om het verzoek niet te honoreren, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende werk beschikbaar is.

Mag een werknemer weigeren om op het werk te verschijnen?

Nee, alleen als sprake is van een reëel gevaar mag de werknemer voor de duur van het gevaar zijn werk onderbreken, bijvoorbeeld als een collega met verkoudheidsklachten zich op de werkvloer bevindt of als de werkgever om een andere reden duidelijk onvoldoende voorzorgsmaatregelen treft. De werknemer dient dan wel aan de werkgever te melden dat hij zijn werk onderbreekt. Andere redenen, zoals alleen angst, zijn geen reden om het werk te onderbreken.

Houdt de werknemer ook recht op toeslagen die verbonden zijn aan de werkzaamheden, zoals een onregelmatigheidstoeslag?

In principe behoudt de werknemer recht op het loon dat hij had kunnen verdienen als hij wel had gewerkt. Daaronder valt ook een aan het werk verbonden toeslag. Deze toeslagen zijn echter bedoeld als compensatie voor de aard van het werk (bijvoorbeeld de onregelmatige tijden waarop gewerkt wordt). Als er helemaal niet hoeft te worden gewerkt, is het de vraag of het – mede gelet op de financiële lasten die de werkgever al moet dragen – wel redelijk is dat de werknemer deze blijft ontvangen. Wij raden aan hierover in gesprek te gaan met het personeel of een vertegenwoordiging van het personeel, zoals de ondernemingsraad.

Kan door de werkgever werktijdverkorting worden aangevraagd?

Nee, de regeling Werktijdverkorting (wtv) voor werkgevers is op 17 maart 2020 met onmiddellijke ingang ingetrokken. Werktijdverkorting kan dus niet meer worden aangevraagd.
De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) komt voor de wtv in de plaats. Werkgevers kunnen op grond van de nieuwe regeling bij het UWV een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom. Voor een succesvolle aanvraag is vereist dat de werkgever tenminste 20% omzetverlies verwacht, vanaf 1 maart 2020. Het gaat in tegenstelling tot de wtv dus niet om werkvermindering maar om omzetvermindering.

De werkgever betaalt in de periode dat hij de tegemoetkoming ontvangt het volledige loon door aan de werknemer. Stoppen met werken is geen voorwaarde voor de tegemoetkomingsregeling. Werkgevers en werknemers maken samen afspraken of (thuis) werk verricht wordt. De werknemer verbruikt ook geen WW-rechten. De NOW staat los van de WW. De werkgever mag verder géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aanvragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet. Hierbij geldt de volgende staffel

als 100% van de omzet wegvalt, tegemoetkoming van 90% van de loonsom;

als 50% van de omzet wegvalt, tegemoetkoming van 45% van de loonsom;

als 25% van de omzet wegvalt, tegemoetkoming van 22,5% van de loonsom.

UWV verstrekt op basis van de aanvraag een voorschot op de tegemoetkoming van 80% van het bedrag. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor aanvragen van nog nader vast te stellen grote omvang is een accountantsverklaring vereist.

De voorwaarden voor de NOW worden nog nader uitgewerkt. Daarom is op dit moment nog veel onduidelijk over de nieuwe regeling. Ook is nog niet bekend wanneer aanvragen kunnen worden ingediend. De regering streeft ernaar om de inhoud van de regeling uiterlijk 31 maart 2020 bekend te maken.

Heeft de werknemer recht op loon als hij thuis zit omdat er onvoldoende werk beschikbaar is?

Als er onvoldoende werk is heeft de werknemer in beginsel recht op loon. De werkgever kan onder omstandigheden wel een beroep doen op de nieuwe Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Zie verder de vraag: Kan door de werkgever werktijdverkorting worden aangevraagd?

Vrijwilligers

Hoe ga ik om met het verrichten van betalingen aan vrijwilligers?

Een vrijwilligersvergoeding wordt alleen toegekend als er daadwerkelijk werkzaamheden op vrijwillige basis zijn verricht. Het is een gunst en geen recht.

ZZP-ers en nuluren-contracten

Moeten we als vereniging de trainers doorbetalen?

Werkgeversorganisatie Netwerk in de sport geeft op hun website aan dat als het gaat om trainers in loondienst de club als werkgever in beginsel gehouden is het loon door te betalen. Meer daar over is te vinden op de website van Netwerk in de sport.

Arbeidstijdverkorting kan niet worden aangevraagd voor werknemers met een 0-uren contract of voor oproepkrachten. Een vrijwilligersvergoeding kan alleen aan trainers worden toegekend als er daadwerkelijk werkzaamheden op vrijwillige basis zijn verricht. Het is een gunst en geen recht.

Voor meer vragen over werkgeverszaken en contracten waaronder oproepcontracten, zie de website van Netwerk in de sport.

Hebben oproepkrachten en nulurencontracten recht op loon bij het intrekken van werkzaamheden door het coronavirus?

Ten aanzien van oproepkrachten en nulurencontracten gelden geen afwijkende regelingen op dit moment. Wettelijk moet je als werkgever, de oproeper vier dagen voor aanvang van de werkzaamheden hebben opgeroepen. Gaat het werk na deze oproep niet door, moet je als werkgever de medewerker gewoon loon betalen voor de uren waarvoor de medewerker had moeten werken. Als er meer dan vier dagen zitten tussen het moment van oproepen en het feitelijk verrichten van de werkzaamheden kan je de oproep gewoon intrekken, zonder loon te betalen.

Is er een regeling voor ZZP-ers? (Tozo)

Er bestaat een tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers. De informatie die de Rijksoverheid hierover heeft gegeven, vind je hieronder en hebben wij letterlijk overgenomen:

Voor wie geldt de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?     

De Tozo regeling voor gevestigde ondernemers is gemaakt voor zelfstandig ondernemers die in de knel komen door de Corona-crisis. Voor hen heeft het kabinet financiële ondersteuning beschikbaar gesteld. Het kabinet doet een moreel appel op ondernemers om zich alleen in die situatie te melden. Zo voorkomen we onbedoeld gebruik van publieke middelen en onnodige druk op de uitvoering.

Meer specifiek gelden de volgende eisen:

  • gevestigde zelfstandigen, vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
  • woonachtig en rechtmatig verblijvend in Nederland;
  • Nederlander of daarmee gelijkgesteld;
  • het bedrijf of zelfstandig beroep wordt in Nederland uitgeoefend;
  • voldoet aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • is vóór 1 januari 2020 gestart met de onderneming en voldoet aan het urencriterium, d.w.z. minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep;
  • woonachtig in de gemeente, waar aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd.

Vanaf wanneer geldt de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

De regeling werkt terug tot 1 maart. Wanneer u vanaf 1 maart 2020 in de financiële problemen bent gekomen, als gevolg van Corona-gerelateerde maatregelen, kunt u bij de gemeente waar u woont een aanvraag indienen.

Wat moet ik doen om aanspraak te maken op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?  

U kunt terecht bij uw woongemeente. Mogelijk komt er informatie hierover op de website van uw gemeente. Mocht u nog enige ontvangsten hebben, dan vragen we u nog even te wachten. Als aanvragen gespreid binnenkomen ontlast dat de gemeente en worden de mensen met de hoogste nood als eerste geholpen. Er is geen ‘budgetlimiet’ of iets dergelijks. Bovendien kunt u met terugwerkende kracht worden gecompenseerd vanaf 1 maart.

Welke hulp biedt de gemeente bij de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Op basis van deze tijdelijke regeling biedt de gemeente u voor maximaal drie maanden  inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum. Hoe hoog dit bedrag precies is hangt af van de samenstelling van uw huishouden en uw inkomen. U hoeft deze inkomensondersteuning niet terug te betalen. Er is ook geen vermogens- en partnertoets.

Daarnaast kunt u een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van max. € 10.517 euro. Dit bedrag dient wel terugbetaald te worden. Het rentepercentage is nog niet bekend, maar zal in ieder geval onder het bij het Bbz  gehanteerde percentage van 8% liggen.

Tot wanneer geldt de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Vooralsnog kunt u er vanuit gaan dat de regeling tot 1 juni 2020 blijft bestaan. Dus ook wanneer u pas in mei in de financiële problemen komt, kunt u op dat moment een aanvraag indienen.

Welke informatie moet ik aanleveren bij de gemeente voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

De gemeente moet na kunnen gaan of u recht heeft op de tijdelijke regeling. Er zal bijvoorbeeld gevraagd kunnen worden naar uw inschrijving bij de KvK en naar uw ID-bewijs. Verder heeft de gemeente informatie nodig over de samenstelling van uw huishouden en kan u dus vragen of u een partner heeft en/of inwonende kinderen. Waarschijnlijk zal er ook informatie gevraagd worden over uw onderneming, bijv. in welke sector u werkt en of u personeelsleden heeft. Hiermee helpt u om zicht te krijgen op het gebruik van de regeling.

Hoe moet ik de informatie aanleveren voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Gemeenten proberen dit zoveel mogelijk digitaal te regelen. Volg hiervoor de instructies van uw gemeente.

Mijn bedrijf is ingeschreven in een andere gemeente dan waar ik woon; bij welke gemeente kan ik aankloppen voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?  

De aanvraag voor de tijdelijke overbruggingsregeling dient u in bij uw woongemeente.

Ik werk geen 1225 uur per jaar in mijn bedrijf. Heb ik dan ook recht op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Nee, u moet voldoen aan het urencriterium van 1225 uur per jaar. Mocht u nog geen jaar geleden gestart zijn met uw bedrijf dan dient u in de periode voor 1 maart 2020 gemiddeld minimaal 24 uur per week in/aan uw bedrijf gewerkt te hebben. Uren ten behoeve van administratie en acquisitie tellen hier ook onder.

Ik heb ook nog een baan in loondienst maar mijn omzet als zzp’er is helemaal weggevallen. Kan ik dan gebruik maken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Dat hangt af van de hoogte van uw inkomen uit loondienst; de regeling is een aanvulling op het inkomen tot aan het sociaal minimum (bijstandsniveau).

Hoeveel tijd heeft de gemeente nodig voor de behandeling van mijn aanvraag voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Streven is dat gemeenten zo veel mogelijk binnen 4 weken na ontvangst van uw aanvraag tot een besluit komen en tot uitkering overgaan. Door grote drukte lukt dat mogelijk niet altijd.  Dan kunnen gemeenten tot bevoorschotting overgaan.

Ik ben als zzp’er gevestigd in Nederland, maar ik woon over de grens. Kan ik gebruik maken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)?    

Voor de tijdelijke regeling moet de woonplaats in Nederland zijn. Ondernemers die in België of Duitsland wonen, komen dus niet in aanmerking.

 

Wij werken binnen de vereniging met ZZP-ers, kunnen we hen nu opzeggen?

Dat hangt af van wat je met de ZZP-er hebt afgesproken in de overeenkomst. In de modelovereenkomst voor de sport gaat artikel 5 over mogelijkheden voor opzegging van de overeenkomst. De gevolgen van het niet-nakomen van een verbintenis worden beschreven in de artikelen 74 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Komt iemand een overeenkomst niet na? Dan kan diegene uiteindelijk schadeplichtig zijn.

Ik ben zzp’er en loop nu opdrachten mis omdat mijn opdrachtgevers afzeggen. Kan ik de schade op hen verhalen?

Dat hangt af van wat je met je opdrachtgevers hebt afgesproken in de overeenkomst of in je algemene voorwaarden. De gevolgen van het niet-nakomen van een verbintenis worden beschreven in de artikelen 74 en verder van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Komt iemand een overeenkomst niet na? Dan kan diegene uiteindelijk schadeplichtig zijn.

Deel deze pagina