'Belasting en belastbaarheid' onderwerp van gesprek tijdens het Technisch Kader & Medisch Congres

'Belasting en belastbaarheid' onderwerp van gesprek tijdens het Technisch Kader & Medisch Congres

Verschillende trainers/coaches, technisch coördinatoren, (para)medische staf en overige geïnteresseerden verzamelden zich afgelopen zaterdag in een congreszaal van de Amsterdam RAI om met elkaar te spreken over de belasting en belastbaarheid van sporters, een thema dat leeft binnen hockeyverenigingen.

Hoe zorg je ervoor dat sporters regie kunnen nemen over hun eigen gezondheid? Een vraag die voor ONVZ Zorgverzekeraar aanleiding gaf om na een aantal jaren van afwezigheid opnieuw partner te worden van de KNHB. Hanneke Koel: “Het gaat ons niet zozeer om het specifiek sponsoren van bitjes, dat is al goed geregeld. Het gaat ons  meer om het verstrekken van informatie en vergroten van kennis onder sporters zelf en de hockeyverenigingen.”

Wat is het hockey DNA?

Uit statistieken blijkt dat de 137 internationals afkomstig zijn van maar liefst 86 verschillende verenigingen. Het is goed om te zien dat we de topsporters vanuit zoveel verschillende plekken kunnen werven. Wat is dan precies het hockey DNA, hoe ontwikkelt dit DNA zich en hoe verhoudt zich dit tot de geleverde prestaties op het veld? Dit zijn allemaal vragen waar Joost van Geel en Gerold Hoeben, beide werkzaam bij de KNHB, zich over hebben gebogen. Echter blijkt de definitie van het hockey DNA moeilijk te geven. Wel kun je creatief en innovatief zijn in het spotten van talent. “In samenwerking met LISA hebben we onlangs een tool ontwikkeld waarmee zo’n 40 scouts, bestaande uit oud-internationals en masters in de hockeywereld, spelers op topniveau kunnen gaan volgen en beoordelen”, vertelt Hoeben. Het is een project waarmee de bond komend seizoen van start gaat.

Het is onze ambitie om creatief te zijn, maar creativiteit kan niet zonder structuur. Die balans moeten we zoeken.

Joost van Geel, prestatiemanager KNHB

Overbelasting veroorzaakt prestatieverlies

Er wordt tegenwoordig veel gevraagd van topsporters en daarmee balanceren zij op het puntje van de gezondheidscurve. Wout van der Meulen, sportarts bij het UMC Utrecht en onderdeel van de Medische Commissie van de KNHB: “Topsport kan leiden tot overbelasting en daarmee prestatieverlies. Om het prestatieverlies te compenseren gaat een sporter al snel meer trainen, terwijl dat juist averechts werkt. Een burn-out ligt dan op de loer”. NOC*NSF heeft mede daarom een zogenaamde topsportnorm ingesteld van 40 uur per week, al is het erg lastig om je daaraan te houden als jonge topsporter. Men vergeet vaak dat er naast de uren die in trainingen en wedstrijden worden gestoken, ook veel uren in reizen naar die wedstrijden en trainingen, schoolzaken en overige activiteiten worden gestoken. Het zogenaamde overbelastingssyndroom heeft dus niet zozeer te maken met letterlijk trainen, maar met een totale belasting van lichaam en geest. Floris Evers, dagvoorzitter van het congres, voegt toe: “Er zijn in Nederland 1 miljoen burn-out gevallen, waarvan er steeds meer op scholen voorkomen. We moeten zorgen dat we niet doorslaan.”

Louis van Gaal liet zijn spelers tijdens het WK voetbal tussen de wedstrijden door tafeltennissen.

Geert Savelsbergh, professor VU Amsterdam

Flexibiliteit belangrijk element in talentontwikkeling

“Onze maatschappij is niet meer ingericht op buitenspelen”, vertelt Geert Savelsbergh, professor aan de VU Amsterdam. Daarbij gaan kinderen vaak hockeyen, omdat hun ouders of broertjes en zusjes dit ook doen. Daarmee loop je het risico dat er teveel focus op één sport is. Savelsbergh moedigt een bredere focus aan bij het ontwikkelen van talent. We moeten inzetten op ontwikkeling door vroege betrokkenheid binnen een sport in combinatie met andere sporten. “Louis van Gaal liet zijn spelers tijdens het WK tussen de wedstrijden door tafeltennissen. Enerzijds ter ontspanning, maar anderzijds verbeterden ze tegelijkertijd hun voetenwerk,” schetst Savelsbergh als voorbeeld van multidisciplinair trainen. Zijn centrale boodschap is om in te zetten op ontwikkeling binnen de cyclus van een topsporter. Iedereen bewandelt zijn eigen weg richting het hoogste niveau, het is belangrijk om daarin open te staan voor wijzigingen in zo’n traject. Bovendien kun je niet al op jonge leeftijd voorspellen of iemand Oranje zal halen of niet.

Na het plenaire gedeelte gingen de deelnemers verder in losse workshops waarin ze meer de diepte in gingen op deze en overige technische en medische onderwerpen.

Presentaties plenaire sessie

Presentaties Technisch Kader

Presentaties Medisch Kader

Deel deze pagina