Uitspraak ISR inzake melding Ring Pass Delft

Uitspraak ISR inzake melding Ring Pass Delft

Op zondag 30 januari 2022 is de Hoofdklasse Zaal-wedstrijd Bloemendaal D1 – Laren D1 gespeeld. Na afloop van de wedstrijd heeft Ring Pass Delft contact opgenomen met de KNHB omdat zij vonden dat er wellicht sprake was van matchfixing.

De KNHB heeft in juni 2021 besloten de tuchtrechtelijke behandeling van doping- en matchfixingzaken (twee thema’s die de hockeysport overstijgen) onder te brengen bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR). Het ISR is dé onafhankelijke partij binnen de sport op het gebied van matchfixing. Met deze stap is de hockeysport niet alleen verzekerd van een kundige partij maar is het bovendien mogelijk een onafhankelijke partij te gebruiken die – indien noodzakelijk – mogelijkheden heeft tot het instellen van onderzoek naar deze complexe materie. Dit besluit is verwerkt in de statuten (artikel 32 en 33) en reglementen van de KNHB.

De KNHB heeft Ring Pass Delft derhalve doorverwezen naar het ISR, waarna Ring Pass Delft heeft besloten melding te doen bij het ISR. Het ISR heeft de zaak onderzocht en vandaag haar uitspraak gedeeld met de betrokken verenigingen en de KNHB. Omdat het in dit geval gaat om een wedstrijd in de Hoofdklasse Zaalhockey, deelt de KNHB  hieronder het besluit van het ISR:

 …Alles afwegende kan de aanklager niet met de stellige overtuiging, in de zin van het reglement, zeggen dat er sprake is geweest van het maken van een afspraak die als doel heeft de uitslag van de wedstrijd te beïnvloeden. De aanklager acht het (meer) aannemelijk dat het beschreven incident spontaan is ontstaan en dat daarvoor geen impliciete en/of expliciete afspraken zijn gemaakt. Van overtreding van het reglement Matchfixing is derhalve geen sprake…

Deze uitspraak betekent dat de eindstand van de bewuste wedstrijd gehandhaafd blijft. Ring Pass Delft degradeert hierdoor uit de Hoofdklasse Zaalhockey, terwijl Bloemendaal en Laren komend seizoen in de Hoofdklasse Zaalhockey spelen.
Partijen hebben nog de mogelijkheid bij het ISR in beroep te gaan tegen de uitspraak.

Deel deze pagina