‘Hoe krijgen we meer jongens aan het hockeyen?’

Op 25 september 2018 kon je deelnemen aan het webinar ‘Hoe krijgen we meer jongens aan het hockeyen?’. Expert Boukje Smeets schoof bij ons aan om haar inzichten te delen en vragen van kijkers te beantwoorden. Je kunt hier het webinar nog eens terugkijken, de presentatie bekijken én we geven antwoord op vragen die tijdens het webinar niet behandeld zijn.

Boukje Smeets is sport- en beweeginnovator, docent Sport en Bewegen aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) binnen de opleiding Sport- en Bewegingseducatie, leercoach en docent Funkey voor de KNHB én eigenaar van SportsMeets.

Webinar terugkijken

Heb je het webinar gemist of wil je het nog eens terugzien? Je kunt het gehele webinar hier bekijken.

Presentatie Boukje Smeets

Tijdens het webinar hield Boukje een korte presentatie. Uit de evaluatie kwam naar voren dat veel kijkers deze graag nog apart willen bekijken. Je kunt de presentatie van Boukje daarom hieronder downloaden.

Video’s uit het webinar

Urban hockey met trick: 

https://www.youtube.com/watch?v=_qEt_I5Zs-o&index=20&list=PLF9C3Z36XP1v-SpiVL3UA87QPKHVKkRjY

Boeien en vinden van jongens: 

Veelgestelde vragen

Er werden tijdens het webinar zoveel vragen gesteld, dat we ze niet allemaal konden behandelen. Hieronder daarom een antwoord op een groot deel van deze vragen:

Is er een afname in het jongensbestand?

Leon Rutten, Manager Competitiezaken & Arbitrage KNHB: "Nee, er is geen afname in het jongensbestand. De groei van de meisjes is explosief geweest, en daardoor is de balans verschoven."

Is er wel een groeipotentieel onder jongens?

Rolf Martens, Manager Doelgroepen KNHB: “Ja, er is wel degelijk een groeipotentieel. Met name bij kinderen vanaf 12 jaar hebben we te maken met een afname van de sportparticipatie. Door kritisch te kijken naar ons aanbod kunnen we in die groep wellicht jongens boeien en binden en dus behouden voor de sport. Daarnaast heeft de KNHB een ‘potentieel onderzoek’ uitgevoerd. Wil je weten wat het potentieel binnen jouw regio is, neem dan contact op met de accountmanager van jouw vereniging.”

In de studententijd stoppen er juist veel vrouwen met hockey. Klopt het dat er onder studenten meer mannelijke seniorenteams zijn?

Rolf Martens, Manager Doelgroepen KNHB: “Dit is herkenbaar, ja. Gemiddeld genomen blijven jongens langer lid en komen ze in het weekend vaker terug naar hun oude club. Door de levensfase waar ze in zitten houden meiden het op deze leeftijd - over het algemeen - iets vaker voor gezien, maar dat neemt niet weg dat er wel degelijk veel damesteams actief zijn in de hockeysport.”

Imago

Welk imago heeft hockey onder jongens?

Boukje Smeets: "Hockey heeft bij de niet-hockeyende jongens geen stoer imago. Dat komt doordat de meeste jongens vooral meisjes kennen die de sport beoefenen. Het heeft er ook mee te maken dat jongens te weinig over de sport weten."

Wat doet de KNHB om van het imago ‘meisjessport’ af te komen?

Rolf Martens, Manager Doelgroepen KNHB: “Het imago van hockey is voor ons een belangrijk thema en heeft zeker onze aandacht. Bij de afdeling Doelgroepen kijken we dan ook kritisch naar de behoeften die er liggen en dus ook het verschil in behoeften tussen jongens en meisjes. We willen voor iedere doelgroep een passend aanbod creëren. Zo gaan we in 2019 het land in met een ‘Urban Road Show’, om aan iedereen te laten zien hoe gaaf hockey is en de sport een stoerder imago te geven.”

Hoe kunnen de echte helden (de “Billy Bakkers”) live op de club krijgen? Zijn daar mogelijkheden voor?

Rolf Martens, Manager Doelgroepen KNHB: “Ja, dat kan. Sommige Oranje spelers zijn in te huren voor clinics op de vereniging. Maar we zijn zelf ook altijd bezig met hoe we de “Billy Bakkers” dichterbij de verenigingen en fans kunnen brengen. Een goed voorbeeld daarvan is de Rabo Super Serie; een serie oefenwedstrijden waarmee we het land doorkruizen om de internationals dichterbij de fans te brengen. Daarbij kiezen we bewust voor locaties waar internationals normaal gesproken niet actief zijn.

Keuzemoment

Waarom kiezen jonge jongens vaak voor voetbal en niet voor hockey?

Boukje Smeets: "Het is kort door de bocht om te zeggen dat alle jongens gaan voetballen, maar voetbal is wel een sport die zeer toegankelijk is. En dan niet zozeer op de vereniging, maar juist ook op straat, op school, thuis en in de directe leefomgeving. Je hebt er alleen een bal voor nodig, en kunt zowel alleen als samen met anderen (broertje, zusjes, vader, moeder, buurjongen, etc) recreatief spelen met een voetbal. Ook kun je goed zelf "spelvormen” bedenken en is het niet noodzakelijk om lid te worden van een vereniging om een betere voetballer te worden. Je zou misschien denken dat dit ook geldt voor bijvoorbeeld basketbal, maar daarbij is een basket een 'vereiste' om een vorm van de sport/het spel te kunnen spelen. Dit maakt direct duidelijk waar bij hockey de schoen wringt: iedereen heeft een stick nodig om mee te kunnen spelen. Daarnaast is op jonge leeftijd de invloed van ouders groot bij het beslissingsmoment."

Hoe bereik je de echt jonge jongens?

Boukje Smeets: "In die fase bepaalt de ouder nog voor het kind. Speel dus vooral in op de ouders. Waarom is jullie vereniging zo leuk? Waarom moet hun zoon op hockey gaan? Wat is daar zo leuk aan?

Het is natuurlijk niet echt hockey zoals op latere leeftijd wordt gespeeeld, dus geef heel duidelijk  aan welke vorm van bewegen of hockey je als vereniging aanbiedt voor deze doelgroep. Zorg ervoor dat je te zien bent op scholen of een BSO. Verzorg daar een kennismaking met hockey. Laat je zien op een lokale sportfair. Nodig broertjes van leden uit voor een broertjes dag. Maak je vereniging zichtbaar en heb een goed verhaal voor de ouders!"

Hoe stel je je vereniging open voor niet-hockeyers en niet-hockeyende ouders?

Boukje Smeets: "Organiseer 'Open club dagen' en evenementen voor niet-leden. Denk hierbij ook aan wat er voor de doelgroep die jij wilt binnenhalen interessant is. Bijvoorbeeld: "Alleen voor echte mannen: vier bijeenkomsten met een combi van voetbal, rugby, survialrun en hockey. Iedere bijeenkomst duurt 1,5 uur, waarvan voor ieder onderdeel 20 minuten wordt uitgetrokken en afsluitend een biertje wordt aangeboden. Vierde bijeenkomst met hamburgers."

Kortom; wees creatief en laat zien hoe gaaf hockey is en hoe leuk het op de vereniging is."

Is voor ouders de drempel om een zoon te laten hockeyen hoger dan bij een dochter?

Boukje Smeets: "Nee, ik denk het niet. Ik denk dat het vooral ook te maken heeft met het beeld dat ouders van de sport en van een vereniging hebben. De ouders die ik heb bevraagd kiezen voor hun zoon vaak de sport die ze zelf ook hebben beoefend of nog beoefenen. Het komt vaak toch neer op: 'onbekend maak onbemind'."

Hoe groot is de invloed van vriendjes op de sportkeuze van jongens?

Boukje Smeets: "De omgeving van het kind bepaalt over het algemeen vaak welke sport het kind gaat beoefenen. Op jonge leeftijd zijn dit de ouders en op oudere leeftijd gaan vriendjes een steeds grotere rol spelen."

Aanbod

Zijn er voorbeelden van samenwerkingen tussen voetbal en hockeyverenigingen? En hoe denk je daarover?

Wat kun je doen met hockey in de wijk?

Boukje Smeets: "Het is een interessante manier van hockey aanbieden, maar blijkt in de praktijk vaak wel moeilijk te realiseren. De vereniging en de gemeente moeten hierin heel goed samenwerken.

Wat je als vereniging kunt doen is een playground adopteren en samen met de buurtsportcoaches het hockeyaanbod gaan verzorgen. Let wel op: je moet goed nadenken over wat voor soort hockey je in de wijk wilt aanbieden. Hockey zoals het op het veld wordt gespeeld kun je niet 1 op 1 overnemen naar de wijk. Er zijn andere vormen die daar meer geschikt voor zijn, zoals urban hockey!

Een goed voorbeeld van hockey in de wijk is dat van hockeyclub Feijenoord. HC Feijenoord geeft wekelijks op vaste tijden op Cruyff Courts en in speeltuinen  instuiftrainingen. Alle kinderen kunnen meedoen, ze hoeven daarvoor geen lid te zijn van HC Feijenoord. De trainingen zijn gratis en sticks en ballen zijn aanwezig. Kinderen hoeven zelf alleen te zorgen voor makkelijk zittende kleding en sportschoenen."

De reisafstand is in sommige districten zo groot, dat is niet stimulerend voor jongens. Wat doet de KNHB daaraan?

Leon Rutten, Manager Competitiezaken & Arbitrage KNHB: "De KNHB probeert zoveel mogelijk de teams op regio en zo dichtbij mogelijk in te delen. Dit is wel afhankelijk van het niveau waarop een team speelt. Het is altijd een goed idee om een feestje te maken van de uitwedstrijden. Laat de jongens een playlist voor de rit maken en laat ze DJ zijn in de auto. Afhankelijk van de jongens kun je wel of niet ingaan op de wedstrijd. Als de jongens dit willen, stel open vragen. 'Heb je er zin in?' 'Hoe vond je de wedstrijd gaan?'"

Waarom starten we niet eerder met competitie spelen voor de jongste jeugd?

Het is in die leeftijd vooral de bedoeling dat kinderen veel spelen en weinig tot geen druk ervaring van een competitie. Initiatieven voor toernooien kunnen leuk zijn, maar het is daarbij wel van belang dat het spelelement hierin voorop staat en dus niet het competitie-element. In verschillende districten worden al wel toernooien voor de jongste jeugd georganiseerd. Midden Nederland organiseert bijvoorbeeld de Boschkaboutercompetitie. En in Zuid Holland kunnen kinderen deelnemen aan Cool Kids.

Trainingsaanbod

Welke elementen van hockey zou je moeten aanpassen om het voor jongens interessant te maken?

Boukje Smeets: “Laat de jongens meedenken over de inhoud van de training. Laat ze zelf de warming-up verzorgen met diverse oefeningen die zij zelf hebben bedacht en/of leuk vinden. Zorg voor autonomie, competentie en verbondenheid. Maak ze - afhankelijk van de leeftijd - 'eigenaar' van de training. Deel de verantwoordelijkheid en laat ze meedenken.”

Is hockey te technisch voor jongens?

Boukje Smeets: "Hockey is inderdaad een technische sport. Echter, iedereen kan het op jonge leeftijd leren. Het gaat om de begeleiding die je daarin krijgt. Zorg ervoor dat jongens succeservaringen beleven."

Hoe houd je focus bij jongens?

Boukje Smeets: "Dit is deels afhankelijk van de leeftijd. Over het algemeen zien we wel dat jongens een kortere spanningsboog hebben, leren door trail and error en minder talig zijn ingesteld dan meisjes. In dit artikel wordt een aantal verschillen tussen jongens en meisjes benoemd dat trainers kan helpen om kritisch te kijken naar de invulling van hun trainingen. Bij jongens is het bijvoorbeeld belangrijk om ze te laten ervaren waarom ze iets doen: waar is deze oefening voor nodig? Laat ze het nut en de noodzaak ervaren en leg het uit. Zorg dat je ze betekenisvolle trainingen geeft. Het is net als op school: ze willen niet suf Duitse woordjes leren als ze daarna toch geen Duits kiezen. Ook op hockey.nl staat een nuttig artikel over dit onderwerp."

Onderwijs

Welke rol kan onderwijs spelen?

Boukje Smeets: "Het onderwijs – en in het bijzonder de vakleerkracht - speelt hierin een heel belangrijke rol. Vanuit de KNHB is het programma Funkey en inmiddels ook het lesprogramma Urban Hockey voor basisscholen ontwikkeld, waar scholen gebruik van kunnen maken.

Daarnaast denk ik dat we schoolhockey op een andere manier zouden moeten aanbieden. Bijvoorbeeld in de vorm van 3 tegen 3 wedstrijden, zowel voor hockey als voor andere teamsporten als basketbal en voetbal. Deze vorm is beter en veiliger te organiseren, zowel tijdens als na schooltijd."

Hoe krijg je basisschooljongens naar een event waar ze kennis kunnen maken met de hockeysport? 

Boukje Smeets: "Wat je vaak ziet is dat jongens eerst even willen kijken. Op de camping wordt ook eerst de kat uit de boom gekeken of worden ze meegenomen door broertjes en vriendjes. Laat jongens dus met hun vriendjes of familie meegaan.

Herkenning is ook belangrijk. Sommige verenigingen maken in hun ledenwerfcampagnes daarom gebruik van foto’s van jongens uit omliggende scholen. Als ze een bekend gezicht zien zal dat de jongens eerder aantrekken.

Ook de vriendengroep is belangrijk als je jongens meeneemt naar een event. Als er een event is waar kinderen vanuit school aan kunnen deelnemen dan kan de vakleerkracht of docent teams maken."

 

Als kinderen via schoolhockey kennismaken met de sport, hoe achterhalen we dan of ze interesse hebben in hockey?

Boukje Smeets: "Ga ter plekke de kinderen ondervragen. En vraag de jongens naar hun interesses en of ze overwegen om te gaan hockeyen. Zorg er ook voor dat de jongens informatie mee naar huis krijgen."

Deel deze pagina