Zaalhockey is booming!

De afgelopen jaren heeft het zaalhockey een enorme vlucht genomen. Blaashallen schieten als paddenstoelen uit de grond en geven verenigingen daarmee de mogelijkheid om meer en meer leden op steeds jongere leeftijd te laten kennismaken met de zaalhockeysport. Het blijft echter moeilijk voor verenigingen om zaalhockey een volwaardige plek te geven naast het veldhockey. Organisatorische complexiteit, de korte duur van de zaalcompetitie, een gebrek aan voldoende zaalruimte en zaaltrainers zijn voorbeelden van problemen waarmee een club te maken heeft. Hoe ga je om met deze problematiek? Hoe kun je zaalhockey binnen jouw vereniging positioneren? Hoe zorg je voor een zo groot en divers mogelijke ontwikkeling van jouw leden gedurende de zaalperiode? Hockeyvisie sprak over deze aspecten met Robbert-Jan de Vos (assistent Nederlands Dames zaalhockeyteam), die zaalhockey één van zijn passies noemt.

Op zoek naar de positie van zaalhockey binnen de vereniging stelt De Vos: “Iedere vereniging moet zelf bepalen hoe zaalhockey in kan worden gepast in het totale aanbod. Daarbij kan club het beste bewust een eigen visie over zaalhockey formuleren die bij het karakter van de vereniging past. Op basis van die visie kun je vervolgens bepalen of het logisch is om bijvoorbeeld te overwegen een blaashal aan te schaffen of om wel of niet te selecteren.”

Foto: KNHB / Willem Vernes

Waarde van zaalhockey
De Vos ziet absoluut een toegevoegde waarde van zaalhockey voor de ontwikkeling van spelers. “Allereerst de hogere handelingssnelheid. Door de kleine speelruimtes in de zaal en omdat je niet hoog mag spelen moet alles sneller, zeker als er goed verdedigd wordt. Een speler moet sneller overzicht krijgen, sneller beslissen en sneller zijn keuze uitvoeren. Het 6:6 hockey zorgt voor een snelkookpan waar iedereen – veel meer dan op het veld – constant alert moet zijn. Technische fouten of verkeerde keuzes komen onder een vergrootglas te liggen, omdat ze veel sneller tot tegendoelpunten kunnen leiden. Goede keuzes en technische uitvoering leiden daarentegen veel vaker tot succes en daarmee ook doelpunten.

Verder leent zaalhockey zich uitermate goed om al op jonge leeftijd met spelstructuren kennis te maken en spelinzicht te ontwikkelen. Hoewel ik absoluut geen voorstander ben van het dogmatisch spelen van vaste patronen, kan zaalhockey het nut van teamafspraken goed duidelijk maken. Het dicht zetten van ‘de as’ (centrum van het veld) of het afdekken van de lange bal op de balk zijn hier enkele voorbeelden van. Ook het waarom van met zijn allen aanvallen, verdedigen en omschakelen wordt in de zaal voor iedereen veel sneller duidelijk dan op het veld.

In het zaalhockey wordt, door de kleine ruimtes, de afhankelijkheid die spelers van elkaar hebben goed zichtbaar. De vaardigheid om op tijd de goede positie in te nemen, de juiste techniek te gebruiken en de juiste keuze te maken voor een vervolgactie op basis van de uitgangspunten die je met je team geformuleerd hebt, is heel natuurlijk in de zaal aan te leren. Tot slot zorgt de snelheid van het spel ervoor dat spelers veel eerder leren wat het belang van een snelle omschakeling kan zijn om zelf tot scoren te komen en doelpunten van de tegenstander te voorkomen.”

Starten met zaalhockey
Volgens De Vos zegt is zaalhockey niet leeftijdsgebonden. “Een leven lang hockey betekent wat mij betreft ook een leven lang zaalhockey. Kleinere afstanden en minder passtechnieken zorgen er zelfs voor dat je theoretisch misschien wel eerder met zaalhockey kunt beginnen dan met veldhockey. Je ziet dat door de kleinere afstanden spelers in staat zijn om langer (op hoog niveau) met zaalhockey door te gaan. Zaalhockey geeft door een andere context nieuwe uitdagingen ten opzichte van het veldhockey. Je traint technische, tactische en motorische vaardigheden op een andere manier en in een andere omgeving. Dat is goed voor je ontwikkeling als speler en past perfect in de visie van de KNHB met betrekking tot duurzaam leren. Deze visie gaat er van uit dat je elke minuut die je bezig bent met hockey, wordt uitgedaagd om jezelf te verbeteren en nieuwe dingen te proberen.”

“Gebrek aan zaalruimte is helaas, samen met het gebrek aan beschikbare zaaltrainers, voor veel verenigingen nog steeds een beperkende factor om zaalhockey op dezelfde manier aan te bieden als veldhockey. Met als gevolg dat op veel verenigingen nog steeds niet iedereen in de volle breedte kan zaalhockeyen. Zaalhockey wordt daarom veelal pas in de 8-tallen of in de D-jeugd aangeboden. Idealiter begin je als jeugdspeler met zaalhockey in de winter van hetzelfde seizoen waarin je met veldhockey begint. Zaalhockey is een ideale aanvulling op het veldhockey waar je niet vroeg genoeg mee kunt beginnen en op iedere leeftijd veel plezier aan kunt beleven.”

Zaalhockey leent zich uitermate goed om al op jonge leeftijd met spelstructuren kennis te maken

Teamindeling
Veel clubs hebben moeite om goede teamindelingen te maken voor het zaalhockey. De Vos: “Dit zijn altijd complexe zaken binnen een vereniging. Er is ook niet één goed antwoord. Het allerbelangrijkste is dat ruim van tevoren duidelijk is wat je doet en waarom je het doet. Het op papier zetten van deze zaken en tijdig actief communiceren is echt noodzakelijk. Dit betekent dat coaches en trainers bij de start van het veldseizoen al weten wat er in de zaalperiode gaat gebeuren en geregeld moet worden. Zij kunnen op hun beurt de spelers en ouders ook al aan het begin van het seizoen informeren over wat de opzet wordt. Met name in de groepen die voor het eerst gaan zaalhockeyen of waar voor het eerst geselecteerd wordt kun je op deze manier de verwachtingen goed managen en verkeerde aannames bij spelers en ouders voorkomen.

Het creëren van extra (combi)zaalteams tussen twee teams betekent dat je zaalteams maakt van maximaal 10 of 11 spelers. Op deze manier hoeven spelers niet uitgeroosterd te worden, omdat je maar met maximaal 12 spelers naar een wedstrijd mag. Het nadeel hiervan is dat je meer teams moet kunnen inschrijven, maar het grote voordeel is dat je spelers meer kunt laten zaalhockeyen in de competitie. Met de coaching, training en indeling van keepers bestaat wel een organisatorische uitdaging. Als je genoeg zaalruimte hebt om te trainen en wedstrijden te spelen en je hebt genoeg trainers, coaches en keepers om alles te bemensen, is de volgende vraag: ‘Hebben we de kennis en mankracht om tot een goede herindeling te komen en echte meerwaarde te creëren met betrekking tot duurzaam leren?’

Bedenk als vereniging in welke teams de spelers zitten die ter bevordering van hun spelplezier het beste minder kunnen spelen, maar wel met hun vrienden, dan meer spelen, maar met allemaal onbekenden. Spelplezier en ontwikkeling zijn de ankers die iedere vereniging zou moeten gebruiken bij het ontwikkelen van beleid over zaalteam-indelingen. Voor verenigingen die expliciet ook voor prestatie kiezen kan daar nog een anker bijkomen: resultaat. In de praktijk zie je vaak dat clubs aan de bovenkant van een lijn werken met combinatieteams. Concreet betekent dit dat van bijvoorbeeld de veldteams JC1 en JC2 drie zaalteams gemaakt worden (ZJC1, ZJC12 en ZJC2). De overige veldteams in de jongens C-lijn worden dan intact gehouden, wat de organisatie van het herindelen een stuk eenvoudiger maakt. Als je als vereniging hiervoor kiest, is het wel goed om met name de spelers die in het combinatieteam komen, betrokken te houden bij hun veldteam en veldcoach. Als je de beschikking hebt over een eigen hal, kun je dit bijvoorbeeld doen door één keer in de week met je veldteam te trainen in de zaal. Verder kun je ervoor kiezen om de training en de coaching van ZJC12 te laten verzorgen door de staf van JC1. Individuele aandacht voor en betrokkenheid met alle spelers die hij coacht, is voor een veldcoach ook in de zaalperiode van belang. Coaches die dit goed doen zullen hiervan veel profijt hebben als de tweede helft van het seizoen op het veld weer van start gaat.”

Spelplezier en ontwikkeling zijn de ankers die iedereen zou moeten gebruiken bij het ontwikkelen van beleid over zaalteamindelingen

Foto: KNHB / Willem Vernes

Belang van spelsystemen en spelprincipes
De Vos vervolgt: “Hoewel zaalhockey – zeker op hoog niveau – meer een systeemsport of tactisch schaakspel is dan veldhockey, ben ik geen voorstander van de term spelsysteem. Ik spreek liever over een basisorganisatie. Die geeft aan wat globaal de startposities en taken van spelers zijn in een gegeven situatie en wat het team beoogt bij het spelen van een press (bijvoorbeeld hoge druk) of bij de opbouw (bijvoorbeeld ruimte creëren om over rechts aan te vallen). Voorbeelden van zo’n basisorganisatie zijn de ‘dobbelsteen vijf’, ‘het huis’ en de ‘boot’. Als de organisatie, individuele taak en teamdoel duidelijk zijn, dan is het de kunst om spelers zo veel mogelijk middelen te bieden om hun taak goed uit te voeren. Dit kun je als coach doen door allerlei oplossingen expliciet aan te dragen en voor te doen, maar nog beter is het om spelprincipes te introduceren die spelers de vrijheid geven om een eigen arsenaal aan oplossingen voor spelproblemen te ontwikkelen. Door zaken niet in beton te gieten blijft een speler medeverantwoordelijk voor het maken van eigen keuzes en hiermee voor zijn eigen leerproces. Deze betrokkenheid kan het duurzaam leren enorm positief beïnvloeden.”

Door zaken niet in beton te gieten blijft een speler medeverantwoordelijk voor het maken van eigen keuzes en hiermee voor zijn eigen leerproces

Voorbeelden van spelprincipes

  • Sterk wegdraaien naar rechts. In balbezit probeer je ruimte te creëren aan de forehand-kant van jezelf of van je medespelers en aan de backhand-kant van je tegenstander. De positie van je stick zorgt ervoor dat je aan die kant sterker bent en gevaarlijker kunt zijn. Omdat je in de zaal niet door een blok heen mag pushen en doordat je de bal niet over een stick mag liften, wordt dit nog meer versterkt ten opzichte van het veld.
  • Hoek in – hoek uit. Gezien de kleine ruimte in de zaal ontkom je er in balbezit niet aan om af en toe de hoeken van het veld te bezetten en in te spelen. Zorg ervoor dat je een bal zo kort mogelijk in een hoek houdt. Niemand heeft wat aan statische duels op een achterlijn. In de hoek speel of loop je dus meteen door of meteen terug. Die beslissing neem je bij voorkeur al vóór je aanname.
  • Effectief positie kiezen. In balbezit betekent effectief positie kiezen dat je je dáár aanbiedt waar je direct of een fractie later aanspeelbaar bent. Het heeft geen zin om je aan te bieden op een plek waar geen passlijn open staat of komt. In niet-balbezit betekent het dat je een passlijn dicht zet of een tegenstander onder druk zet en dus altijd meedoet met verdedigen.
  • Laag zitten in het duel. Zowel in balbezit als in niet-balbezit is het belangrijk om laag te zitten in het duel. Als je laag zit in het duel, ben je namelijk sterker. En door je stick plat te hebben heeft de tegenstander minder ruimte om je te passeren. Afhankelijk van je positie op het veld en de rugdekking die je hebt, kun je initiatief en wat meer risico nemen of afwachten en wat minder risico nemen. Een veel gemaakte fout in balbezit is dat spelers door een stick heen proberen te lopen. In niet-balbezit is een veelgemaakte fout dat spelers met de polsen gaan klappen en een slagbeweging maken. Hierdoor komen je voeten vrij en ontstaat er meer ruimte voor je tegenstander om je te passeren. Bij het raken van de bal kan deze beweging bovendien door de scheidsrechter als slagbeweging gezien worden en daarom afgefloten worden.
  • Midden dicht. De gevaarlijkste ballen in de zaal zijn – net als op het veld – de ballen direct door de as (van kopcirkel naar kopcirkel). In niet-balbezit zorg je er als team voor dat je je zo positioneert dat de ballen door de as niet kunnen.
  • Lange bal over de balk dicht. Naast de bal door de as, kan de lange bal over de balk een relatief gemakkelijke manier voor de tegenstander zijn om jouw cirkel in te hockeyen. In niet-balbezit zorg je er als team voor dat de lange bal over de balk jouw cirkel in, dicht staat. Een alternatief is dat deze bal door één van je achterste spelers opgevangen wordt.
  • Direct snelheid uit de counter halen. Niet goed omschakelen na balverlies is – net als op het veld – één van de grootste oorzaken van tegendoelpunten. Zorg ervoor dat je bij balverlies als team zo snel mogelijk een stick voor de bal krijgt. Het primaire doel van deze actie is niet zozeer om de bal af te pakken, maar om de snelheid uit de counter te halen zodat je team zich kan hergroeperen. Laat in deze situaties zo snel mogelijk iemand naar de bal toe bewegen (zonder in te stappen of te ‘happen’), in plaats van met zijn allen naar achteren te blijven lopen.
  • Met zijn allen aanvallen, met zijn allen verdedigen. Nog meer dan in het veld, is het in de zaal noodzakelijk dat iedereen altijd meedoet met het spel. In de aanval sluiten de achterste spelers dus aan en iedereen helpt over het hele veld mee met verdedigen. In de press kun je er zelfs voor kiezen om de keeper een rol te geven.

Enkele van bovenstaande principes komen in het webinar van de KNHB over zaalhockey aan de orde.

Volgens De Vos kun je dergelijke spelprincipes op iedere leeftijd introduceren. “Je traint natuurlijk niet alles tegelijk, maar het is misschien wel verstandig om een aantal principes al direct te benoemen. Met een basisorganisatie kun je in de E- en D-jeugd ook al beginnen. Een press spelen, waarin de voorste drie spelers het midden dicht houden en de achterste twee spelers de lange bal over de balk pakken, dat kan al snel. Houd het in de Jongste Jeugd wel eenvoudig, met duidelijke taken die kinderen de mogelijkheid geven om ze op verschillende manieren uit te voeren. Afhankelijk van de kwaliteiten van de spelersgroep kun je zaken nader specificeren. Gebruik je gezonde verstand om te bepalen hoe snel dat kan. Het doel is om kinderen te leren hoe eenvoudige, tactische afspraken werken en wat hun bijdrage is in het nakomen van die afspraken. Geef kinderen de ruimte om fouten te maken en stel vragen zodat kinderen zelf kunnen concluderen waarom dingen wel of juist niet werken.”

Foto © Daan Rhijnsburger

Zaalhockey is een ideale aanvulling op het veldhockey

Coachen in de zaal
Zaalhockey geeft de coach de mogelijkheid om de unieke kwaliteiten van de spelers optimaal te benutten. De Vos: “Enerzijds is het als coach de kunst om spelers taken mee te geven waarmee zij hun unieke kwaliteiten zo goed mogelijk kunnen inzetten voor het team. Anderzijds wil je ook in wedstrijden een omgeving creëren waarin zo veel mogelijk spelers, zo veel mogelijk facetten van hun spel kunnen verbeteren. Als je achterin een verdediger hebt staan die de gave bezit om het spel net wat sneller te lezen dan de rest, dan kun je er voor kiezen om de tegenstander wat eerder onder druk te zetten. Heb je een balvirtuoos in het team, die bij balwinst niet te stoppen is, dan kun je ervoor kiezen om wat meer op de counter te loeren. Ook de taken van andere spelers kunnen hierop afgestemd worden. Je hoeft in de zaal maar vijf spelers en een keeper te positioneren. Dan is het gemakkelijker om de afspraken die je hebt gemaakt tijdens de wedstrijd verder te specificeren of op bepaalde punten aan te passen. In alle keuzes die je tijdens de wedstrijd maakt als coach zet je de individuele kwaliteiten van je spelers af tegen de spelproblemen die op dat moment relevant zijn. Ook de manier waarop de tegenstander zijn organisatie vormgeeft speelt natuurlijk een belangrijke rol bij de keuzes die je maakt. Als het goed is reageert een tegenstander snel op jouw aanpassingen en moet je weer een nieuwe zet verzinnen. In teams waarin de eerdergenoemde spelprincipes goed begrepen worden door alle spelers, kunnen spelers de leiding nemen in het schaakspel en hoef je als coach alleen af en toe wat accenten te leggen. Op die manier komen individuele kwaliteiten nog meer tot hun recht.

Het zaalseizoen kan ook een mooi moment zijn om voor het eerst met video aan de slag te gaan. De zaal is klein genoeg om, bijvoorbeeld met een GoPro, alles in beeld te brengen. Je hebt dus geen cameraman meer nodig en bent verzekerd van relatief goede beelden. Bovendien kost het analyseren van een zaalwedstrijd veel minder tijd dan een veldwedstrijd doordat er in een kortere periode meer gebeurt. Coaches en spelers kunnen na het kijken van 10 minuten video, zowel op individueel- als op teamniveau, een schat aan informatie verzamelen.”

Tips voor trainers in de zaal
De Vos: “Een aantal jaar geleden heeft Marieke Dijkstra (bondscoach Nederlands Elftal Heren Zaal) in samenwerking met de KNHB een video over zaalhockey online gezet. Wat mij betreft zijn deze filmpjes verplichte kost voor iedere trainer in de zaal. Ze zijn heel toegankelijk voor alle trainers en coaches, welk team je ook begeleidt. In deze video wordt de basis van het zaalhockey aangereikt. Spelgerichte oefeningen waarin spelers veel aan de bal zijn staan centraal. Op deze manier leren spelers zelf keuzes te maken tijdens het ontwikkelen van hun technische vaardigheden. Daarnaast heeft Ewout Schröder (oud assistent-bondscoach Nederlands Elftal Dames Zaal) een periodeplan voor het zaalhockey opgesteld dat voor trainers en verenigingen van grote waarde kan zijn (Hockeyvisie december 2014 – Trainingsmethodiek voor 8 weken zaalhockey).

Voor trainingen is het belangrijkste – net als op het veld – dat spelers veel ballen raken, veel bewegen en met plezier hockeyen. Voor iedere speler is het essentieel om de zaalhockey basistechnieken goed te beheersen en toe te passen. Je ontkomt er als trainer niet aan een aantal technieken expliciet aan te reiken voordat je ze impliciet verder kunt ontwikkelen. Als oud gym docent gebruik ik daarvoor het oude adagium ‘praatje, plaatje, daadje’ (of het nieuwe ‘Show & Go’). Ik laat dan zien hoe je:

  • op een goede manier pusht;
  • je hele stick kunt gebruiken om ballen aan te nemen of te spelen;
  • je linker pols bij het verdedigen naar voren moet bewegen in plaats van om te klappen;
  • tijdens het dribbelen kunt spelen met de balpositie en je lichaam om tijd en ruimte, schijn of dreiging te creëren.

Als de basis in de Jongste Jeugd gelegd is, kun je vanaf de D-jeugd, eventueel na een kleine opfriscursus, bovenstaande aandachtspunten impliciet in de training inpassen. Dit betekent dat de omgeving van een oefening dusdanig gemanipuleerd wordt dat je bijna automatisch traint wat je wil trainen. Daarnaast is mijn advies om, als je vaste patronen traint, zo snel mogelijk keuzemomenten voor spelers in te bouwen en die keuzemomenten onder druk te zetten. Als dit goed gaat kun je de oefening ook weer laten eindigen in een vrije situatie. Zo worden spelers uitgedaagd om te blijven nadenken en om zich heen te blijven kijken. Dan kunnen ze op ieder moment hun actie aanpassen als de situatie daar om vraagt. Daag ze uit om creatief te zijn!”

Foto: KNHB / Willem Vernes

Spelers uitdagen om zelf na te denken en om zich heen kijken. Daag ze uit om creatief te zijn!

Belasting en belastbaarheid tijdens de zaalperiode
In de KNHB-visie op de ontwikkeling van een speler is ‘voor iedere leeftijd een passende belasting’ één van de thema’s. Volgens De Vos is het op de juiste momenten nemen van rust belangrijk voor het spelplezier en de prestaties. “Hoeveel rust een speler nodig heeft is voor ieder individu verschillend. Het is belangrijk om hockeyvrije weken in te bouwen, ook als er op hoog niveau gespeeld wordt. Als je het aan sommige spelers vraagt, dan willen ze wel vijf keer in de week trainen. Geef je hier op jonge leeftijd gehoor aan, dan zijn ze op zestienjarige leeftijd opgebrand. Als trainer/coach heb je hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Je zorgt voor een fysieke balans, maar ook voor een balans tussen hockey en privé. Hockeyarme weken geven spelers de fysieke rust die ze nodig hebben. De spelers houden zin om te hockeyen en hebben ook tijd voor andere zaken. Ik zorgde in de Kerstvakantie voor één vrije week en één week met een training en een toernooi. In de overgang van zaal- naar veldhockey kregen mijn spelers altijd een hockeyvrije week, ongeacht of er vakantie was of niet. Op veel verenigingen zie je dat het aantal trainingen in de zaal sowieso minder is dan op het veld. Hoewel dit vaak is ingegeven door een capaciteitsprobleem, zorgt dit er ook voor dat er in de zaalperiode meer rust is dan tijdens de veldperiode.”

Je zorgt voor een fysieke balans, maar ook voor een balans tussen hockey en privé

Ontwikkelingen in het Nederlandse zaalhockey
Zaalhockey is booming! Met de (op)komst van blaashallen is de zaalcapaciteit enorm toegenomen en kunnen steeds meer mensen zaalhockeyen. Volgens De Vos wordt het zaalhockey steeds serieuzer genomen. “Dat zie je bijvoorbeeld terug in de manier waarop het Nederlands Kampioenschap zaalhockey wordt georganiseerd. Dit is een geweldig evenement waar veel spelers in de jeugd op een positieve manier met zaalhockey in aanraking komen en waar veel toeschouwers op af komen. Doordat kinderen al vanaf jonge leeftijd zaalhockeyen gaat het niveau in de jeugd ook steeds verder omhoog. Langzaamaan zie je dat deze spelers hun ervaringen meenemen naar de Hoofdklasse waardoor ook daar het niveau stijgt. Tenslotte zie je dat de KNHB het zaalhockey een prominente plek heeft gegeven in de opleiding van de Nederlands Jeugd Elftallen. Dit uit zich bijvoorbeeld in gecombineerde trainingen, maar ook doordat veel spelers uit Jong Oranje worden opgenomen in de nationale zaalselectie. Een groot aantal spelers dat nu voor Nederland op het veld in de Hockey Pro League uitkomt, heeft eerder al internationale ervaring opgedaan in de zaal.

Ik denk dat er in de nabije toekomst nog veel meer mensen gaan zaalhockeyen. Er zullen meer verenigingen komen die een blaashal neerleggen, of zelfs dubbele blaashallen. Bij de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden kan rekening worden gehouden met de mogelijkheid om hier in de winter een blaashal op te leggen. SV Kampong Hockey is hier een mooi voorbeeld van. Zij hebben de bouwtechnische infrastructuur voor een blaashal geïntegreerd in het nieuwe kunstgrasveld. Verenigingen kunnen hierdoor de kosten voor de aanleg van een blaashal verlagen. Bovendien kunnen verenigingen het clubhuis het hele jaar openhouden, wat goed kan zijn voor de exploitatie van het complex.”

Doordat kinderen al vanaf jonge leeftijd zaalhockeyen komt het niveau in de jeugd ook steeds hoger te liggen

Foto: hockey.nl

Zaalhockey Olympisch?
“Ik ben een enorme fan van zaalhockey. Stiekem vind ik het leuker dan veldhockey! Ik denk dat zaalhockey zich goed leent als Olympische sport. Voor veel landen kan het vanwege de infrastructuur makkelijker zijn om zaalhockey serieus op te pakken. Je ziet dat bijvoorbeeld bij Iran, Wit-Rusland en de Oekraïne. Iran werd bij de heren derde op het WK zaalhockey in 2018, Wit-Rusland en Oekraïne werden bij de dames op hetzelfde toernooi respectievelijk derde en vierde. Ook qua kijksport kan zaalhockey zeer aantrekkelijk zijn vanwege het snelle spel en het vele aantal doelpunten. In een hal is het bovendien makkelijker om entertainment op en om het veld te organiseren. Tijdens het Wereldkampioenschap in Berlijn heeft Duitsland er met tienduizend man publiek een waar spektakel van gemaakt. Momenteel is zaalhockey vooral een Europese aangelegenheid. Doordat zaalhockey geen Olympische sport is zie je dat het in veel landen ondergeschikt is aan veldhockey, zowel qua budgetten als qua aandacht. Om Olympisch te worden is mondiale interesse voor zaalhockey noodzakelijk. Dus zaalhockey Olympisch? Het zou mooi zijn, maar ik zie het niet zo snel gebeuren.”

In een hal is het bovendien makkelijker om entertainment op en om het veld te organiseren

Tot slot
“Neem het zaalhockey als vereniging en als hockeybond serieus en blijf het verder ontwikkelen. Ik zou iedere vereniging willen stimuleren om hockey integraal te benaderen. Creëer de mogelijkheid om op het veld en in de zaal te hockeyen! Het komt de ontwikkeling van de spelers enorm ten goede, zowel op technisch als op tactisch gebied. De korte tijdsperiode waarin de competitie plaatsvindt, en de vele zaken die geregeld moeten worden, vormen voor elke vereniging een uitdaging. Maar als je op tijd begint met organiseren, dan is het absoluut mogelijk om een geweldig zaalseizoen neer te zetten. Zeker als je gebruik maakt van elkaars kennis en van de kennis die hiervoor door de KNHB ter beschikking gesteld is.”

Bronnen

  • Hockeyvisie
Bekijk alle hockey visies

Deel deze pagina