Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
:format(webp)/media/8c20c4c5-b0b7-4be4-bd3a-8a7418ccd8b9/selecteren.jpg)
What Women Want: een weg naar meer vrouwelijke coaches
In de sportwereld is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt in de zichtbaarheid van vrouwen als atleet. Toch blijft één domein opvallend achter: coaching op het hoogste niveau. Wereldwijd is het aandeel vrouwen in topcoachfuncties laag, en die verhouding verandert maar langzaam. Dat roept een belangrijke vraag op: waarom kiezen vrouwelijke topsporters – die juist over ervaring en kennis beschikken – zo weinig voor een carrière als coach?
Een recent onderzoek onder Belgische vrouwelijke topsporters geeft hier meer inzicht in. Het onderzoek richt zich specifiek op de factoren die bepalen of vrouwen interesse hebben in een loopbaan als high performance coach. Niet alleen wordt gekeken naar individuele kenmerken, zoals zelfvertrouwen, maar ook naar de context waarin deze keuze wordt gemaakt: de sportcultuur, de structuur van coaching en de ervaren drempels.
Van topsporter naar coach: geen vanzelfsprekend pad
Op het eerste gezicht lijkt de stap van topsporter naar coach logisch. Toppers beschikken over jarenlange ervaring, inhoudelijke kennis en een goed begrip van wat er nodig is om te presteren. Toch laat de praktijk zien dat deze doorstroom niet vanzelf gaat. Slechts een relatief klein deel van de vrouwelijke topsporters zet daadwerkelijk de stap naar coaching, en zeker op het hoogste niveau blijven vrouwen sterk ondervertegenwoordigd.
Dit onderzoek vertrekt vanuit de gedachte dat die beperkte doorstroom niet alleen te maken heeft met persoonlijke voorkeuren, maar ook met bredere, structurele factoren. De centrale vraag is daarom: ‘welke factoren beïnvloeden de interesse van vrouwelijke topsporters om coach te worden?’
Wat bepaalt interesse in coaching?
Om deze vraag te beantwoorden, is een vragenlijst afgenomen onder 216 Belgische vrouwelijke topsporters uit verschillende sporten, waaronder ook teamsporten zoals hockey.
De studie kijkt naar drie typen factoren:
Persoonlijke factoren, zoals het vertrouwen in eigen kunnen
Verwachtingen over wat het vak inhoudt
Contextuele factoren, zoals tijdsdruk, discriminatie en de aanwezigheid van rolmodellen
Deze combinatie maakt het mogelijk om beter te begrijpen hoe individuele motivatie en de omgeving elkaar beïnvloeden.
Zelfvertrouwen als sleutel
De belangrijkste uitkomst van het onderzoek is helder: het vertrouwen in het eigen kunnen als coach – ook wel ‘self-efficacy’ genoemd – speelt een doorslaggevende rol.
Vrouwen die geloven dat ze over de vaardigheden beschikken om coach te zijn, hebben significant meer interesse in een coachcarrière. Dit effect blijkt zowel direct als indirect aanwezig te zijn, via positieve verwachtingen over het beroep.
Met andere woorden: hoe sterker iemand gelooft dat ze een goede coach kan zijn, hoe groter de kans dat ze die stap ook daadwerkelijk overweegt. Deze bevinding sluit aan bij bredere inzichten uit de psychologie: zelfvertrouwen is een cruciale factor in loopbaankeuzes, zeker in omgevingen waar drempels bestaan. In de context van topsport, waar prestaties en beoordeling centraal staan, lijkt dit effect extra belangrijk.
Tijdsdruk als belangrijkste barrière
Naast deze sterke persoonlijke factor laat het onderzoek ook duidelijk zien wat de grootste belemmering is: de ervaren tijdsdruk.
Coaching op hoog niveau wordt gezien als een tijdsintensief beroep, met lange dagen, veel reizen en beperkte flexibiliteit. Voor veel vrouwelijke topsporters vormt dat een duidelijke drempel, omdat het moeilijk te combineren lijkt met andere aspecten van het leven.
Opvallend is dat deze factor een direct negatief effect heeft op de interesse in coaching. Dat betekent dat de verwachting van een hoge tijdsinvestering op zichzelf al voldoende kan zijn om de stap naar coaching minder aantrekkelijk te maken.
De rol van ervaring en opleiding
In het onderzoek is ook verkend of praktische ervaring verschil maakt. Vrouwen die al ervaring hebben opgedaan als coach, lijken meer vertrouwen in hun eigen kunnen te hebben en tonen meer interesse in een verdere coachcarrière. Daarnaast lijkt dat het volgen van een trainersopleiding een positief effect heeft, al is dit effect kleiner dan dat van praktijkervaring. Meer onderzoek hiernaar is nodig, maar deze eerste bevindingen onderstrepen het belang van “leren door te doen”. Door daadwerkelijk op het veld te staan en coachingervaring op te doen, groeit het vertrouwen en daarmee ook de motivatie om verder te gaan in het vak.
Minder duidelijke rol voor rolmodellen en discriminatie
Opvallend in het onderzoek is dat twee factoren die in de literatuur vaak worden genoemd als zeer sterke hefboom worden genoemd, hier geen significant effect laten zien. Ten eerste blijkt de aanwezigheid van vrouwelijke rolmodellen in dit onderzoek geen directe invloed te hebben op de interesse in coaching. Ten tweede heeft ook de ervaren mate van genderdiscriminatie geen significant effect op de keuze om coach te worden. Dit betekent niet dat deze factoren er niet toe doen, maar de resultaten uit dit onderzoek wijken daarmee deels af van wat eerder onderzoek vaak suggereert.
Een breder beeld van barrières
Hoewel deze specifieke factoren in de analyse minder sterk naar voren komen, beschrijft de literatuur wel degelijk een breder geheel aan barrières waar vrouwen mee te maken hebben in coaching. Denk hierbij aan:
De combinatie van werk en privé, en de verdeling van zorgtaken
Een overwegend mannelijke sportcultuur
Hardnekkige stereotypen over leiderschap en coaching
Minder toegang tot informele netwerken en kansen
Deze factoren vormen samen een context waarin de stap naar coaching minder vanzelfsprekend is.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de interesse van vrouwen in coaching niet door één factor wordt bepaald. Het is het resultaat van een samenspel tussen persoonlijke overtuigingen en structurele omstandigheden. Tegelijkertijd worden er duidelijke aanknopingspunten zichtbaar voor sportorganisaties en bonden. Allereerst ligt er een belangrijke kans in het versterken van het zelfvertrouwen van (oud-)topsporters. Dat kan door:
Het bieden van concrete coachervaring
Goede begeleiding en feedback
Praktische instroommogelijkheden in coaching
Daarnaast vraagt de belangrijkste barrière – tijdsdruk – om aandacht. Als coaching als moeilijk te combineren wordt ervaren, zal dit de instroom blijven beperken. Meer flexibiliteit, aangepaste structuren en ondersteuning kunnen helpen om deze drempel te verlagen.
Tot slot benadrukt het onderzoek dat structurele verandering nodig is. Het vergroten van de instroom van vrouwen in coaching vraagt niet alleen om individuele motivatie, maar ook om een omgeving die deze keuze mogelijk en aantrekkelijk maakt.
Tot slot
De ondervertegenwoordiging van vrouwen in coaching op topniveau is geen nieuw onderwerp, maar dit onderzoek geeft nieuwe inzichten in de mechanismen daarachter. Het laat zien dat de stap naar coaching voor vrouwelijke topsporters sterk wordt beïnvloed door het vertrouwen in eigen kunnen en door praktische belemmeringen zoals tijdsdruk. Tegelijkertijd maakt het duidelijk dat het probleem niet met één maatregel op te lossen is.
Wie meer vrouwen in coaching wil zien, zal moeten investeren in zowel de ontwikkeling van individuen als in de inrichting van het systeem daaromheen. Alleen dan kan de potentie van vrouwelijke topsporters echt worden benut – ook langs de lijn.
Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Joy Jouret en is een samenvatting van het door haar uitgevoerde onderzoek (het volledige onderzoek is op verzoek beschikbaar). Joy is oud international van de Red Panthers en zelf trainer/coach op hoog niveau. Joy zal tijdens het WK hockey meer over haar onderzoek vertellen tijdens het KNHB Kennislab op zaterdag 22 augustus. Kaarten voor deze sessie zijn te krijgen via deze link: FIH Hockey World Cup 2026 - Saturday August 22nd.