Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
:quality(85):format(webp)/media/72c81f51-0d83-4b13-baf1-1b1efcb2c3a6/1b9dd6d0-1a71-11ef-b26d-f6333bc4147a.jpg)
2-meting Visie op de ontwikkeling van hockeyers
Om de vooruitgang ten aanzien van de visie in beeld te brengen, wordt er tweejaarlijks onderzoek gedaan. Hiermee wordt in kaart gebracht in hoeverre trainers, coaches en bestuurders bekend zijn met de visie, of ze de ambitie hebben om er iets mee te doen en waar ze eventueel tegenaan lopen.
Doel onderzoek
De Visie op de ontwikkeling van hockeyers van de KNHB bestaat inmiddels ruim vijf jaar en dat betekent dat het weer tijd is om de balans op te maken. Sinds het naar buiten brengen van de visie, deden we al twee keer eerder onderzoek naar de vraag wat hockeyers, trainers, coaches en bestuurders van de visie vinden. En inmiddels is het dus weer tijd voor een update. Waar staan we nu ten aanzien van de visie op de ontwikkeling van hockeyers en wat voor effect heeft de visie op de hockeysport? Leven onze bestuurders, trainers en coaches de uitgangspunten van de visie na en waar lopen ze eventueel tegenaan? En wat merken hockeyers daarvan in de praktijk? Door dit inzichtelijk te maken hopen we weer een stapje te kunnen zetten in de ontwikkeling van hockey in Nederland.
Opzet onderzoek
In het onderzoek hebben we drie verschillende doelgroepen bevraagd over de visie op de ontwikkeling van hockeyers:
Bestuurders van verenigingen
Trainers en coaches
Hockeyers
Alle doelgroepen ontvingen een online enquête met vragen over de visie op de ontwikkeling van hockeyers. De bestuursleden van onze verenigingen ontvingen een directe mail met een link naar de enquête. Daarnaast schreven we ook een aantal trainers en coaches aan met een e-mail. Tenslotte deelden wij de link naar de enquête ook op verschillende social-media kanalen van de KNHB waarmee veel hockeyers, maar ook trainers en coaches zijn bereikt.
De respons op de enquête is als volgt:
Bestuurders: 124 respondenten van 115 unieke verenigingen
Trainers en coaches: 170 respondenten van 110 unieke verenigingen
Hockeyers: 752 respondenten van 237 unieke verenigingen
Resultaten
De resultaten van het onderzoek zijn verdeeld over drie doelgroepen: bestuurders, trainers/coaches en hockeyers. Hieronder staan per doelgroep de belangrijkste uitkomsten.
Bestuurders
Bekendheid visie: 71% kent de visie op de ontwikkeling van hockeyers, 29% niet.
Trend: de bekendheid is afgenomen ten opzichte van eerdere metingen (10% en 7% onbekend).
Beoordeling: 96% beoordeelt de visie als goed of zeer goed.
Toepassing: 89% van de bestuurders die de visie kennen, past deze ook in de praktijk toe.
Uitdagingen:
vertalen van de visie naar de praktijk
gebrek aan geschikte mensen/vrijwilligers
onvoldoende draagvlak bij trainers en ouders
Ambitie: 94% wil (meer) met de visie werken, vooral vanwege:
meer plezier in hockey (79%)
hogere kwaliteit van de sport (46%)
Trainers en coaches
Bekendheid visie: 58% kent de visie, 42% niet.
Trend: ook hier is de bekendheid afgenomen (eerder 33% en 34% onbekend).
Beoordeling: 94% beoordeelt de visie als goed of zeer goed.
Toepassing: 91% van de trainers/coaches die de visie kennen, gebruikt deze ook in de praktijk.
Uitdagingen:
onvoldoende draagvlak bij ouders (vaak sterk gericht op presteren)
verenigingen zijn nog niet altijd klaar met beleid, tools en aandacht voor de visie
Ambitie: 94% wil (meer) met de visie werken, vooral vanwege:
meer plezier in hockey (81%)
betere kwaliteit van de sport (47%)
Hockeyers
Hockeyers is niet direct naar hun mening over de visie gevraagd. Wel is onderzocht in hoeverre de uitgangspunten ervan terugkomen in hun ervaring.
Waardering hockey: gemiddeld 8,8
Plezier in hockey: gemiddeld 8,8
Verbondenheid met de sport: gemiddeld 8,6
Verder blijkt dat:
hockeyers hockey goed kunnen combineren met school, studie, werk en privé
zij tevreden zijn over trainings- en wedstrijdmomenten
zij met plezier naar trainingen en wedstrijden gaan
Aandachtspunt:
begeleiding bij het stellen en evalueren van persoonlijke doelen.
De verschillen met eerdere metingen (0- en 1-meting) zijn over het algemeen klein.